Update 21 april
De hieronder genoemde pagina van de BOS-website meldt nu:
"Het formulier 'Help de BOS bij het ontwikkelen van een enquete.' accepteert niet langer reacties.
Probeer contact op te nemen met de eigenaar van het formulier als u vermoedt dat dit een fout is."
Wanneer de enquete precies is verwijderd, kan ik niet vinden; maar ik mis de oproep al een paar weken. De tekst van deze mededeling is ook verder onbegrijpelijk: de enquete was toch ontwikkeld?
Ook over de resultaten (hoeveel reacties, hoeveel procent daarvan is bereid maandelijks te betalen?) is niets te vinden.
Mijn interpretatie: de enquete is mislukt, of verboden.
Update 15 maart
Volgens het 'BoeddhistischDagblad ' hebben de BUN en het Commissariaat hun lang lopende conflict over de financiering van een onderzoek door de BOS naar het aantal boeddhisten in Nederland afgesloten. De BUN betaald € 25.000, de helft van het oorspronkelijke vereiste bedrag, plus de boete van € 2.500.
In een reactie op dit artikel meldt een lid van de BUN dat z.i. dit bedrag niet betaald is door de BUN maar uit 'uit een spaarpotje voor dit doel van de Vrienden van de BOS'. Als dat zo is, moet ik ook daarover de vraag stellen: mag dat? Van het Commissariaat en van de donateurs?
Update 18 maart Inmiddels:
* staat de enquête ook op de website van de BOS :
* blijkt het bericht in het BD gewoon de door het Commissariaat (mede namens de BUN)
gepubliceerde verklaring te zijn (de website van de BUN lijkt wel dood)
* zijn vragen over e.e.a. gesteld aan het Commissariaat voor de Media
========================================================================
Sinds begin maart biedt de BOS ons de mogelijkheid, een enquête in te vullen:
Wil jij ook graag dat de BOS na 2015 programma's blijft maken?
Help ons en vul de enquête in!
De uitnodiging daartoe is overigens alleen te vinden op een Twitter-bericht van 5 maart: https://twitter.com/bosrtv/status/573448249627004928 (en een retweet door Bodhitv). Niet op de website van de BOS. Misschien uit vrees dat het Commissariaat voor de Media het zou lezen?
Want 'blijven maken ' is meteen al een problematische term: kan de huidige Stichting BOS, die tot eind 2015 radio- en televisieprogramma's mag maken als publieke omroep, op basis van een erkenning van de BUN, überhaupt voortbestaan na 1-1-2016? Staat de Mediawet dat toe?
Of gaat het straks om een opwaardering van de Stichting Vrienden van de BOS, een aparte stichting (hoewel de geldstromen tussen de twee stichtingen onduidelijk zijn), die nu al een jaar meer donateurs probeert te werven, en straks de nieuwe digitale omroep gaat worden?
Ik ben benieuwd hoe dat eventueel gaat, het ontvlechten van deze twee stichtingen
Eén van de laatste vragen die in de enquête worden gesteld, staat hieronder. Een nieuwsfeit!
Daarmee maakt de BOS haar beleidsintenties duidelijk: vanaf 2016 via een online platform films en documentaires (andere smaken aan televisieprogramma's heeft de BOS al jaren niet: geen actualiteiten, geen Dharma-talks, etc.) te verspreiden. Niet publiek, tegen betaling, dus commercieel.
Het is begrijpelijk dat directie, bestuur en (langzamerhand nog maar weinige) medewerkers van de BOS met de situatie na 2015 bezig zijn. De BOS heeft de afgelopen jaren de aansluiting gemist door zich niet te (kunnen) verbinden met een ledenomroep die wel blijft bestaan zoals bv HUMAN en IKON wel hebben gedaan.
Opvallend is dat in de enquête en verdere uitspraken van de BOS uitsluitend over de televisie-tak gaat. Voor de BOS-Radio is kennelijk in dit nieuwe BOS-bestel geen plaats, tenminste: daarover is nergens een uitspraak van de BOS te vinden. Het soort programma's van de BOS-Radio is de laatste twee jaar sterk veranderd: het zijn nog maar uitsluitend gesprekken met 'interessante' Nederlanders, met steeds minder aanrakingspunten met het boeddhisme (het gesprek met Tjitske Jansen op 11 maart is een positieve uitzondering daarop). Er zijn nog maar weinig dinsdagavonden dat ik Radio 5 opzoek, terwijl ik vroeger een trouw luisteraar was en (ook in deze blog) het verschil tussen de radio-tak met veel Dharma en een Dharma-arme televisie-tak benadrukte.
Bij de website van Bodhitv ligt het iets anders.
Begin februari maakte de redactie van Bodhitv bekend dat de koers gewijzigd is omdat de BOS dit jaar mind geld krijgt: "Met de resterende middelen zal Bodhitv in 2015 dan ook een platform bieden aan verdiepende content bij de tv-uitzendingen van de BOS. Denk aan 'making of' video's met de regisseurs of hoofdpersonen van documentaires en interviews met boeddhistische leraren die uitleg geven bij bepaalde thema's uit het boeddhisme. Daarnaast kun je de columns blijven lezen van Bodhitv's vertrouwde redacteuren ... " Hoewel de hoofdredacteur dat in een mail aan mij ontkent, vind ik toch dat hiermee Bodhitv zich ondergeschikt maakt aan de televisietak van de BOS; en ook minder of niet op jongeren gericht zal zijn.
De documentaire 'Boeddhisme en de toekomst - Kan technologie helpen op het pad naar verlichting? ' van 1 maart is het eerste en enige voorbeeld van dit aansluiten van Bodhitv op een televisieprogramma. Het ging over de toepassing van informatietechnologie op het verspreiden en beoefenen van het boeddhisme. Een deel van de docu ging over psychedelica, paddo's bijvoorbeeld: iets dat niets met informatietechnologie te maken heeft, hoogstens ook het gevoel geeft tot de voorhoede te behoren (en in strijd met de vijfde van de leefregels is).
Van de begeleidende (vier) artikelen van Bodhitv tussen 11 en 23 februari vond ik die over de 'global sangha' nog het meest interessant. D.m.v. streaming t.v. tegelijk wereldwijd een dhammatalk en quided meditation volgen; ik heb er twee zondagavonden aan meegedaan: aardig, technologisch niet schokkend en het 'tegelijk' zit alleen tussen de oren. Kortom: zeer nuttig maar toch ook meer van hetzelfde, met een snufje interactiviteit.
Daarna al weer een paar weken niets meer, geen andere interviews of columns, ook niet die van die leuke schrijvers uit 2014.
Het is wel jammer dat de redactie van Bodhitv zich zo sterk richting de BOS-Televisie heeft bewogen en kennelijk haar toekomst in handen legt van die van de televisie-tak.
Ik denk dat de website van Bodhitv zelfstandig veel meer kans heeft om na 31 dec 2015 een levensvatbare doorstart te maken dan (aan de hand van) de BOS-Televisie.
Want al met behulp van kleine donaties - en het nodige vrijwilligerswerk - kan een website draaiend gehouden worden. Het kan nog altijd, als het met dat televisieprogramma's blijven maken niets wordt.
Oja, ik heb de enquête ingevuld, heb een paar keer 'Dharma' als mogelijk thema aan de rijtjes (waar niets boeddhistisch bij stond) toegevoegd. En heb de vraag of ik bereid ben euro's per maand te betalen voor een online platform voor een herrijzende BOS met NEE beantwoord.
Maar ik heb het makkelijk: ik denk dat deze vorm van doorgaan na 2015 om wettelijke redenen niet mag en om financiële redenen niet kan. Met name niet omdat m.i. de nieuwe niet-publieke BOS dan niet de oude door de publieke BOS gemaakte programma's mag gebruiken in hun on-demand aanbod; en het de nodige tijd duurt voor er na 1 januari 2016 nieuwe content gemaakt is.
Posts tonen met het label BOS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BOS. Alle posts tonen
donderdag 12 maart 2015
zondag 14 december 2014
De BUN en de negenhonderdduizend boeddhisten
Een aanvulling op mijn blog van 11 december . Daarin geef ik (onder andere) weer, aan voorzitter Michael Ritman van de BUN het volgende advies te hebben gegeven:
* Ik adviseer het BUN-bestuur om alsnog excuses aan te bieden aan het CvdM
(Commissariaat voor de Media) voor het feit dat de BUN in 2009 mee is gegaan
met de claim van de BOS als zouden er 900.000 boeddhisten in Nederland zijn.
En eerst te onderkennen dat de BUN daar destijds en bij het bezwaarschrift
in 2010 echt in mee is gegaan.
Dit los van de huidige rechtszaak, maar als morele zaak.
Goede aanleiding voor me, het bezwaarschrift uit 2010 nog eens in de schijnwerper te zetten.
Deze brief van (de advocaat van) de BUN van 9 februari 2010 is door het Commissariaat voor de Media openbaar gemaakt. Ik heb het destijds van hun website gedownload maar kan het er nu niet meer vinden.
Omdat het ook nu nog van betekenis is, geef ik het hieronder, zonder bijlagen, weer.
Het was destijds duidelijk dat het de BOS (in de persoon van directeur Gertjan Mulder) was die verantwoordelijk was voor de claim van 900.000 boeddhisten. Het bestuur van de BUN heeft de concessieaanvraag van 29 september 2009 aan het CvdM, waarin deze claim stond, eenvoudig en zonder veel reflectie overgenomen (d.w.z. voor haar verantwoordelijkheid genomen). Ik denk dat ze het wel mooi vonden: het zou verdubbeling van de zendtijd van de BOS betekenen. En ze zagen er geen kwaad in.
Hoe intensief de BUN-bestuursleden zomer 2009 bij de aanvraag betrokken waren, is mij niet duidelijk. Ik moet uitgaan van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid; zeker in morele, dat is intentionele zin. Uit het verslag van de (openbare) 'Hoorzitting' bij het CvdM d.d 20 oktober 2009 over de aanvraag: "De heer Ten Kate [destijds BOS-voorzitter] : ... De besturen van BUN en BOS hebben een serieus onderzoek uitgevoerd naar het Boeddhisme in Nederland. Daarmee werd in maart gestart. De resultaten daarvan werden in de zomer verwerkt. Parallel aan dat onderzoek werd de zendtijdaanvraag voorbereid."
Officieel heeft de BUN zich nooit van het cijfer van 900.000 gedistantieerd. Wel werd halfslachtig gezegd: het ging om boeddhisten of mensen met affiniteit tot het boeddhisme in de definitie van Commissariaat, daar konden wij ook niets aan doen, zelf gebruiken we lagere cijfers.
Tot een maand geleden; toen zette het bestuur een 'Inventarisatie' op hun website. Met in feite een eerste duidelijk aantal sinds de concessieaanvraag van 2009. Een beleidsdaad van het nieuwe bestuur, waarmee de discussie hoeveel (ongeorganiseerde) boeddhisten er zijn, overigens niet definitief beslist is.
Korte samenvatting: het getal van 900.000 is gecorrigeerd; tot 57.500 (dat kan je wel een correctie noemen), maar dat getal wordt in de 'inventarisatie' wat verdekt genoemd ("352.000 Nederlanders in de eerste plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme. Bovendien ontlenen nog eens 495.000 mensen, naast hun eerste keuze, op de tweede plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme.", dat is samen 847.000 mensen, waarbij in de aanvraag nog eens ruim 50.000 allochtonen zijn opgeteld, zelf ook weer een zeer twijfelachtig getal en twijfelachtige handeling dit er bij op te tellen.)
Uiteraard (ik zat er destijds met m'n neus bovenop) komt in dit 'bezwaarschrift' ook het NPO-onderzoek aan de orde, ik citeerde hierboven al dhr. ten Kate.
Nog eens voor de duidelijkheid: het gaat me er hier niet om welk deel van het NPO-onderzoek gebruikt is om tot de 900.000 boeddhisten te komen, en of de BOS dit had mogen declareren, het gaat me er hier om dat de BUN achter dit getal is gaan staan.
Natuurlijk is het de BOS geweest die destijds het NPO-onderzoek heeft geëntameerd en is het Gertjan Mulder geweest die, toen hij de concesieaanvraag schreef, de resultaten ervan gekoppeld aan z'n (vooraf geformuleerde) wens boven de 500.000 boeddhisten te komen, dit onderzoek heeft gebruikt.
Het gaat me er om dat de BUN-bestuursleden, als ze hadden nagedacht, hadden kunnen weten dat dit getal niet kón kloppen, (toch) met deze claim zijn meegegaan. Van zomer 2009 tot voorjaar 2010, inclusief de hoorzitting over dit bezwaarschrift vier keer tegenover het CvdM.
Ik ben geen jurist of boekhouder, eerder moralist, ik beschouw dit als moreel onjuist.
Daarom alsnog excuses. Want in feite was het bewust bezijden de waarheid (heb ik dat niet aardig gezegd?)
Het is vervelend dat Michael Ritman en zijn BUN-bestuur hier nu mee worden geconfronteerd, want hoewel ik in dogmatische zin niet geloof in het bestaan van collectief karma (zie blog van 26 september, par. 4.2 ), is deze term in meer dagelijkse zin wel op het BUN-bestuur van toepassing.
=======================================================================
Het bezwaarschrift
"Versteeg wigman sprey advocaten
PER AANGETEKENDE POST
Commissariaat voor de Media
Postbus 1426
1200 BK HILVERSUM
Datum 9 februari 2010
Kenmerk Uw kenmerk: 19752/2009019245
Betreft Bezwaarschrift besluit op aanwijzingsaanvraag ex art. 2.42 Mediawet 2008
Namens mijn cliënte, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Boeddhistische Unie Nederland, gevestigd te (1031 XS) Amsterdam aan de Ranonkelkade 13 I (verder: "B.U.N.") maak ik hierbij bezwaar tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media ("het Commissariaat") inzake de aanwijzingsaanvraag ex artikel 2.42 Mediawet 2008, d.d. 31 december 2009 onder kenmerk 19752/2009019245 ("het Besluit"). Een kopie van het Besluit is aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 1. Het Besluit is genomen naar aanleiding van de door B.U.N. ingediende (concessie-) aanvraag in de zin van artikel 2.42 Mediawet 2008 ("de Aanvraag"). Een kopie van de Aanvraag is aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 2.
Inleiding
De Aanvraag betreft een aanvraag van B.U.N. om te worden aangewezen als rechtspersoon voor het verzorgen van media-aanbod op geestelijk terrein voor de landelijke publieke mediadienst.
De Aanvraag is gedaan voor grootteklasse B zoals gedefinieerd in artikel 4 lid 1 van de Beleidsregels aanwijzing kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag 2010-2015 (artikel2.42 van de Mediawet) (hierna: de "Beleidsregels"). Het corresponderende aantal aanhangers van de desbetreffende religieuze of geestelijke stroming voor grootteklasse B dient minimaal 500.000 en maximaal twee miljoen personen te omvatten.
B.U.N. beroept zich voor de schatting van het aantal aanhangers van het desbetreffende stroming, het boeddhisme, op de volgende onderzoeken:
a. de eerste resultaten van het door de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de Nederlandse Publieke Omroep ("NPO") uitgevoerde kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar boeddhisme inNederland (het "NPO- onderzoek");
b. het door het Centraal Bureau voor de Statistiek ("CBS") uitgevoerde onderzoek naar de aanhang van het boeddhisme onder eerste en tweede generatie immigranten, aan de Aanvraag gehecht als bijlage 3;
c. het onderzoek "God in Nederland" 1 uit 2006, dat in opdracht van het Rooms-Katholiek Kerkgenootschap (RKK) door het Sociaal en Cultureel Planbureau ("SCP") en het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden Kaski-instituut is uitgevoerd, en
d. het onderzoek van het SCP getiteld "Culturele veranderingen in Nederland (2002)".
Uit het onder a. bedoelde onderzoek blijkt dat het boeddhisme onder Nederlanders een aanhang heeft van 832.895 personen. Indien het aantal boeddhisten onder eerste en tweede generatie immigranten daarbij wordt opgeteld (blijkens het onder b. genoemde onderzoek van het CBS op 1 januari 2007 minstens 113.000 personen), heeft het boeddhisme in Nederland circa 900.000 aanhangers (rekening houdend met een overlap tussen beide groepen). Uit het onder c. bedoelde onderzoek blijkt dat meer dan 500.000 Nederlanders zich het meest verwant voelt met het boeddhisme. Uit het onder d. bedoelde onderzoek volgt, zoals tevens onder 2.2 van het NPOonderzoek is vermeld, dat l,S miljoen Nederlanders zich enigszins tot sterk verwant voelen met het boeddhisme.
Het Commissariaat heeft B.U.N. tijdens een hoorzitting op 20 oktober 2009 gehoord met betrekking tot de Aanvraag.
In het Besluit zijn onder het kopje "uren" onder meer de volgende overwegingen opgenomen:
overweging 34: "Op de bij gelegenheid van het bovengenoemde onderzoek [het NPOVerslag] gestelde vraag welke stroming op dit moment persoonlijk de meeste inspiratie en inrichting biedt, antwoordden, omgerekend naar de gehele bevolking van 18 jaar en ouder, ruim 370.000 mensen met Boeddhisme. Uit de beantwoording van de daaropvolgende vraag welke stroming op de tweede plaats komt als het gaat om inspiratie en richting kan, naar ons oordeel, niet een daadwerkelijke affiniteit worden afgeleid met die stroming."
Overweging 35: "Tijdens de hoorzitting op 20 oktober 2009 kwam voorts naar voren dat op de in het kader van dat onderzoek [het NPO-verslag] tevens gestelde vraag of men zich Boeddhist noemt, circa 200.000 mensen antwoordden zich Boeddhist te voelen maar zich niet tot een stroming te rekenen."
Overweging 36: "Ten behoeve van de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 heeft de BUN aangegeven dat de omvang van haar achterban 250.000 mensen bedraagt. ( ... ) Wij achten het evenwel niet aannemelijk dat de achterban van de BUN binnen 5 jaar meer dan
verdrievoudigd is."
Overweging 37: "Wij zijn van oordeel dat de door de BUN gepresenteerde cijfers aantonen dat het Boeddhisme een aanhang heeft van meer dan 100.000 mensen, maar ruim minder dan 500.000 personen."
1 T. Bernts, G. Dekker en J. De Hart, God in Nederland, Kampen: Uitgeverij Ten Have 2006
Overweging 38: "( ... ) Ons zijn geen feiten en omstandigheden bekend en gezien het bovenstaande heeft de BUN ook geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding zijn ( ... ) de indeling van de BUN in grootteklasse C (bij de hoofdstroming van minder dan 500.000 personen) te wijzigen."
Het Commissariaat heeft vervolgens in artikel II van het Besluit als volgt besloten: "Het Commissariaat stelt voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 december 2015 per jaar 69 uur en 30 minuten beschikbaar op de algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst en per jaar 23 uur en 6 minuten beschikbaar op de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst. "
Gronden van het bezwaar
B.U.N. kan zich met het Besluit niet verenigen, omdat zij ten onrechte niet is ingedeeld igrootteklasse B en haar ten onrechte niet de haar op grond van die grootteklasse toekomende hoeveelheid zendtijd is toegekend. Het Besluit is om die reden in strijd met de Beleidsregels. Het bestreden besluit is daarnaast in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu bij de toekenning van zendtijd aan andere omroepen andere maatstaven zijn gehanteerd.
Hiernavolgend zal dit standpunt nader worden uitgewerkt en toegelicht.
Toelichting - De onderzoeken
B.U.N. stelt zich op het standpunt dat het boeddhisme in Nederland meer dan 500.000 aanhangers heeft. Dit volgt onder meer uit het onderzoek "God in Nederland" uit 2006. Een afschrift van het relevante gedeelte van dit onderzoek is aan dit bezwaar gehecht als bijlage 3.
Uit dit onderzoek blijkt dat 4,2% van de Nederlanders van 17 jaar en ouder in 2006 zich het meest verwant voelden met het boeddhisme. Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2006 12.947.770 Nederlanders met een leeftijd van 17 jaar en ouder.
Daarmee komt de voornoemde 4,2% neer op meer dan 543.000 personen Nederlanders van 17 jaar en ouder die zich in 2006 het meest verwant voelden met het boeddhisme. In bijlage II bij de brief van de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de NPO d.d. 5 februari 2010, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 4, is onder 1.2 het voornoemde aantal Nederlanders van 17 jaar en ouder in 2006 genoemd.
Aan de uitkomsten van het onderzoek 'God In Nederland' wordt in het Besluit geheel voorbij gegaan. Dit terwijl bijvoorbeeld het besluit, waarbij aan de Stichting Humanistische Omroep zendtijd voor de periode 2010-2015 wordt toegekend, wel op dit onderzoek is gebaseerd. Door in het bestreden Besluit voorbij te gaan aan de uitkomsten van dit onderzoek, handelt het Commissariaat in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Ook uit een eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau "Culturele veranderingen in Nederland" (2002) onder Nederlanders van 16 jaar en ouder blijkt dat 12% van hen zich enigszins tot sterk verwant voelt met het boeddhisme. Dit komt omgerekend neer op iets meer dan 1,5 miljoen personen. Deze cijfers en de bron daarvan zijn tevens vermeld onder 2.2 van de Aanvraag.
Uit de eerste resultaten van het onderzoek dat op verzoek van B.U.N. in 2009 door de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de Nederlandse Publieke Omroep is uitgevoerd naar de omvang van de aanhang van het boeddhisme in Nederland blijkt dat er anno 2009 meer dan 830.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder daadwerkelijk affiniteit hebben met boeddhisme. Aan deze personen is vervolgens gevraagd met welke boeddhistische stroming zij zich het meest identificeren.
De uitslag van dit deel van het onderzoek is in de onderstaande tabel weergegeven. Dit overzicht was nog geen onderdeel van het aan de Aanvraag gehechte NPO-onderzoek en geldt als aanvulling op die "eerste resultaten" van het "grootschalig onderzoek naar de achterban van de BOS". Hoewel de afdeling MediaOnderzoek & - Advies het onderzoek op de datum van dit bezwaar nog niet volbracht heeft, heeft zij op verzoek van de B.U.N. dit overzicht wel alvast toegestuurd om zo nadere informatie te geven die van belang is voor de beoordeling van de Aanvraag. In de als bijlage 4 aan dit bezwaarschrift gehechte brief van de voornoemde afdeling MediaOnderzoek & - Advies wordt gemeld en toegelicht. In bijlage I van die brief is de onderstaande tabel toegelicht.
Andere boeddhistische stroming 0,7% 6
Mahayana (Zen) boeddhisme 11,1% 94
Theravada boeddhisme 0,7% 6
Tibetaans boeddhisme 23,7% 200
Voel me boeddhist, maar identificeer me niet met een bepaalde stroming 24,7% 210
Weet niet 38,4% 325
Geen antwoord 0,7% 6
Totaal 100,0% 847
Deze vraag is gesteld aan alle respondenten die hebben aangegeven daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme te hebben. N=278
2 Overigens heeft de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de NPO, in overleg met TNS NIPO, na het uitbrengen van de 'eerste resultaten' besloten "het bereik van de gebruikte wegingsfactoren te verkleinen, waardoor de weging binnen de gangbare normen valt". Uit de hiervoor bedoelde herberekening volgt overigens dat het absolute aantal personen dat 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft 847.000 is.
Uit dit overzicht blijkt dat 36,2% van de respondenten (absoluut: 306.000 personen) die hebben
aangegeven 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme te hebben zich met een specifieke
stroming van het boeddhisme identificeert. 24,7% van de respondenten voelt zich wel boeddhist,
maar identificeert zich niet met een bepaalde stroming. Absoluut komt dit neer op 210.000
personen. Het totaal van het aantal respondenten dat zichzelf als boeddhist beschouwt is daarmee 60,9%, hetgeen neerkomt op een absoluut aantal van 516.000 personen. Ook op basis van deze cijfers zou de B.U.N. in aanmerking komen voor indeling in grootteklasse B.
In overweging 35 van het Besluit is overwogen dat tijdens de hoorzitting op 20 oktober 2009 naar
voren kwam dat op de in het kader van het NPO-verslag tevens gestelde vraag of men zich
boeddhist noemt, circa 200.000 mensen antwoordden zich boeddhist te voelen maar zich niet tot
een stroming te rekenen. Daarmee wordt gerefereerd aan het aantal van 210.000 mensen uit
bovenstaand overzicht.
Indien het Commissariaat met overweging 35 heeft willen aangeven dat voor de bepaling van de
omvang van de aanhang van het boeddhisme slechts relevant is of de respondenten zich tot een
bepaalde stroming rekenen, en dat de voornoemde 210.000 personen dientengevolge niet als aanhanger van het boeddhisme beschouwd dienen te worden (hetgeen niet door het Commissariaat is gemotiveerd), dient het volgende te worden opgemerkt.
Het feit dat een deel van de respondenten heeft aangegeven zich niet tot een specifieke stroming
binnen het boeddhisme te rekenen is een kenmerk van het Westers boeddhisme (en van de huidige beleving van religie). Kenmerkend voor het Westers boeddhisme is immers, zoals ook uiteengezet in de Aanvraag, dat daarin elementen uit de traditionele substromingen van het boeddhisme en van andere levensbeschouwelijke stromingen worden overgenomen, geïntegreerd en dat daaraan soms een andere vorm wordt gegeven. Daarnaast wordt het boeddhisme gekenmerkt door een hoogopgeleide, kritische en mondige achterban met grote weerzin tegen institutionalisering.
Het is dan ook juist typerend voor het (westerse) boeddhisme dat de aanhangers van deze
overtuiging zichzelf niet gauw tot een stroming rekenen en voor zover zij dit al doen zich niet
beperken tot een specifieke stroming binnen het boeddhisme. De verklaring voor het feit dat een
deel van de respondenten van het NPO-onderzoek aangeeft niet een bepaalde stroming van het
boeddhisme aan te hangen is dan ook dat deze groep het Westers boeddhisme aanhangt.
Daarnaast is het zo dat de hedendaagse West-Europese beleving van geloofsovertuigingen in de loop van de twintigste eeuw informeler is geworden. In het artikel in NRC Handelsblad d.d. 23 december 2007, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 5, meldt godsdienstsocioloog professor M. Ter Borg dat de "herinnering aan de soms dwingende religieuze gezagsstructuren" "verwaaid" is. Blijkens het artikel is volgens peilingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau ongeveer 70 procent van de Nederlandse bevolking gelovig. Slechts 25 procent van hen is echter lid van 'traditionele religieuze instellingen'. In het artikel wordt dan ook gesproken van de "de-institutionalisering" van religie waardoor men minder vasthoudt aan de traditionele stromingen. Ook dit is een verklaring voor het feit dat een deel van de Nederlanders die zichzelf als boeddhist beschouwt, zich niet tot een (geïnstitutionaliseerde, traditionele) stroming van het boeddhisme rekent.
Bovendien dient erop te worden gewezen dat het Commissariaat, gelet op de vrijheid van Godsdienst en de scheiding tussen kerk en Staat, "zich niet [mengt] in theologische discussies of een substroming, richting of school, behoort tot de zuivere leer van de hoofdstroming." Zo heeft het Commissariaat besloten in onder andere overweging 47 van haar besluit d.d. 29 december 2009 op concessieaanvraag van de Stichting Verenigde Moslim Omroep. Indien overweging 35 van het Besluit dan ook zo gelezen dient te worden, dat het Commissariaat daarmee heeft bedoeld dat het aantal mensen dat zich boeddhist voelt, maar zich niet tot een stroming rekent, niet als een aanhanger van het boeddhisme dient te worden beschouwd, is dit in strijd met voornoemde vrijheid van Godsdienst en scheiding tussen kerk en Staat.
Ten slotte dient met betrekking tot overweging 35 het volgende te worden opgemerkt. Ook indien de 210.000 personen die zich niet tot een stroming rekenen in mindering zouden worden gebracht op het totale aantal personen dat blijkens het NPO-rapport 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft (meer dan 840.000), resulteert dit in een aantal van meer dan 630.000. Zelfs indien uit het rapport zou blijken dat er slechts circa 630.000 aanhangers van het boeddhisme zouden zijn in plaats van het door B.U.N. gestelde aantal van meer dan 840.000, dan zou B.U.N. alsnog dienen te worden ingedeeld in grootteklasse B.
De vraagstelling
In overweging 34 van het Besluit is overwogen dat "uit de beantwoording van de ( ... ) vraag welke stroming op de tweede plaats komt als het gaat om inspiratie en richting" naar het oordeel van het Commissariaat "niet een daadwerkelijke affiniteit" met die stroming kan worden aangetoond.
In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 maart 20073 op de beroepen tegen de toekenning van zendtijd aan kerkgenootschappen en genootschappen op
geestelijke grondslag voor de periode 2005-2010 wordt in alinea 2.19 overwogen dat een geschikte vraag om de achterban van een hoofdstroming te bepalen is tot welk kerkgenootschap, godsdienst of levensbeschouwelijke groepering de respondent zich rekent.
B.U.N. is van oordeel dat de geloofsbeleving in Nederland sinds 2005 zodanig is gewijzigd dat deze
vraagstelling niet langer voldoet om de aanhang van een bepaalde hoofdstroming te bepalen. Zoals
in het voorgaande reeds is uiteengezet, is slechts 25% van de Nederlandse bevolking lid van
traditionele religieuze instellingen, terwijl 70% van de bevolking wel gelovig is. Als men de in 2005 gehanteerde vraagstelling in 2010 zou hanteren, zou dit dan ook een heel ander beeld van de aanhang van de verschillende hoofdstromingen geven.
Om die reden is het begrip "daadwerkelijke affiniteit" in het NPO-onderzoek in overleg met onder
meer de hoogleraren Vroom (VU) en Oosterling (EUR) en met de heer De Hart van het SCP vertaald in vragen welke stroming op dit moment persoonlijk de meeste inspiratie biedt en welke stroming
daarnaast inspiratie biedt. Deze vraagstelling doet meer recht aan de verschillende vormen waarop
religies en levensbeschouwingen heden ten dage beleefd worden en verschaft een betrouwbaarder
beeld van de stroming waar mensen daadwerkelijk affiniteit mee hebben dan de beantwoording van
de vraag tot welk kerkgenootschap, godsdienst of levensbeschouwelijke groepering men zich rekent.
Overigens volgt ook uit onderdeel 3d van de 'Beleidslijn zendtijdaanvragen van kerkgenootschappen
en genootschappen op geestelijke qrondslaq'" dat 'daadwerkelijke affiniteit' ook blijkt uit 'adhesie betuigingen' aan een bepaalde stroming. Daarvan is sprake als men behalve aan één hoofdstroming ook inspiratie en richting ontleent aan een andere hoofdstroming.
Het is tegenwoordig dan ook wel degelijk mogelijk dat een persoon 'daadwerkelijke affiniteit' heeft met meer dan een stroming. Dit blijkt tevens uit het antwoord op de vraag uit het NPO-onderzoek naar de stroming die naast de stroming die het meeste inspiratie en richting biedt, de meeste inspiratie en richting biedt. De respondenten konden immers ook kiezen voor het antwoord: 'geen tweede stroming'. Indien het publiek zich enkel zou oriënteren op één religie of levensbeschouwing zou dan ook 'geen tweede stroming' zijn geantwoord. Dat is echter niet het geval geweest.
Bovendien luidde de vraagstelling welke stroming 'daarnaast' de meeste inspiratie en richting biedt.
Het antwoord op de vraag welke stroming eveneens inspiratie en richting biedt, geeft om
voornoemde redenen dan ook wel degelijk een 'daadwerkelijke affiniteit' met een bepaalde stroming weer.
Deze visie wordt overigens niet alleen gedeeld door de afdeling MediaOnderzoek & -Advles van de Nederlandse Publieke Omroep. Blijkens het eerder genoemde onderzoek 'God In Nederland' hebben ook het Sociaal en Cultureel Planbureau en het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden Kaski-instituut gemeend dat de vraag welke religieuze of levensbeschouwelijke stroming eveneens inspiratie en richting biedt wel degelijk relevant is in het kader van het bepalen van de
geloofsovertuiging. Dit wordt mede aangetoond door het feit dat aanhangers van het Westers
boeddhisme vaak niet alleen affiniteit met slechts één levensbeschouwelijke stroming hebben. In het Westers boeddhisme worden immers elementen van andere levensbeschouwelijke stromingen
overgenomen, geïntegreerd of wordt daaraan een andere vorm gegeven. Dit is de verklaring voor
het feit dat juist de aanhangers van het Westerse boeddhisme met meer dan één stroming daadwerkelijke affiniteit hebben.
De aanvraag voor 2005-2010
De reden dat B.U.N. ten behoeve van de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 heeft
aangegeven dat de omvang van haar achterban slechts 250.000 mensen bedroeg, is erin gelegen
dat de B.U.N. destijds voor de berekening van de omvang van haar aanhang een - naar achteraf
blijkt - te strikte interpretatie van het begrip 'daadwerkelijke affiniteit' heeft gehanteerd. Destijds zijn immers alleen tot de aanhang van het boeddhisme gerekend diegenen die een boeddhistisch centrum financieel ondersteunden en participeerden in tenminste de helft van de activiteiten van een dergelijk centrum. Dit is een te streng criterium dat derhalve ook niet houdbaar is. Het feit dat op basis van dit criterium de omvang van de aanhang werd vastgesteld op 250.000 mag om die reden dan ook niet als argument worden gebruikt waarom het onwaarschijnlijk is dat die aanhang nu meer dan 500.000 personen zou bedragen.
Bovendien is een verklaring voor het gestegen aantal boeddhisten in de periode van de
zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 en de huidige Aanvraag, dat het aantal boeddhisten in
Nederland juist in de afgelopen jaren exponentieel is gestegen. Deze stijging wordt aangetoond door onderstaand overzicht uit bijlage I van het door de afdeling MediaOnderzoek& - Advies van de NPO toegestuurde brief, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 4. In dit overzicht wordt antwoord gegeven op de vraag onder de respondenten uit het NPO-onderzoek die hebben aangegeven 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme te hebben, hoe lang ze het boeddhisme beoefenen.
Uit dit overzicht blijkt dat een aanzienlijk deel van de huidige boeddhisten (475.000) pas de laatste vijf jaren het boeddhisme beoefenen, hetgeen aldus de stijging in de omvang van de aanhang van het boeddhisme verklaart.
Minder dan 1 jaar 21,3% 181
1 t/rn 2 jaar 16,2% 138
3 t/rn 5 jaar 18,4% 156
6 tjm 10 jaar 9,0% 77
Meer dan 10 jaar 19,1% 162
Weet niet 15,2% 129
Totaal 100,0% 847
Deze vraag is gesteld aan alle respondenten die hebben aangegeven daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme te hebben. N=278
Bovengenoemde omstandigheden verklaren de discrepantie tussen de opgave van het aantal
aanhangers van het boeddhisme zoals die is gedaan in de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-
2010 en in de Aanvraag voor de periode 2010-2015.
De enkele overweging dat het Commissariaat het niet aannemelijk acht "dat de achterban van de
BUN binnen 5 jaar meer dan verdrievoudigd is", is gelet op het bovenstaande dan ook niet
overtuigend.
Conclusie
Het bovenstaande samenvattend kom ik, namens B.U.N. tot geen andere conclusie dan dat, anders dan het Commissariaat in alinea 38 van het Besluit overweegt, er door B.U.N. wel degelijk feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die aanleiding zijn om de indeling van B.U.N. in grootteklasse C te wijzigen. Aangezien uit de gehouden onderzoeken volgt dat het aantal Nederlanders dat een 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft meer dan 500.000 bedraagt, dient de B.U.N. in grootteklasse B te worden ingedeeld.
B.U.N. verzoekt het Commissariaat dan ook het bestreden Besluit te herroepen en alsnog de zendtijdaanvraag van de B.U.N. voor grootteklasse B te honoreren en haar de corresponderende hoeveelheid zendtijd op de algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst en op de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst toe te kennen.
Hoogachtend,
B.M. van Werven
advocaatnrc
* Ik adviseer het BUN-bestuur om alsnog excuses aan te bieden aan het CvdM
(Commissariaat voor de Media) voor het feit dat de BUN in 2009 mee is gegaan
met de claim van de BOS als zouden er 900.000 boeddhisten in Nederland zijn.
En eerst te onderkennen dat de BUN daar destijds en bij het bezwaarschrift
in 2010 echt in mee is gegaan.
Dit los van de huidige rechtszaak, maar als morele zaak.
Goede aanleiding voor me, het bezwaarschrift uit 2010 nog eens in de schijnwerper te zetten.
Deze brief van (de advocaat van) de BUN van 9 februari 2010 is door het Commissariaat voor de Media openbaar gemaakt. Ik heb het destijds van hun website gedownload maar kan het er nu niet meer vinden.
Omdat het ook nu nog van betekenis is, geef ik het hieronder, zonder bijlagen, weer.
Het was destijds duidelijk dat het de BOS (in de persoon van directeur Gertjan Mulder) was die verantwoordelijk was voor de claim van 900.000 boeddhisten. Het bestuur van de BUN heeft de concessieaanvraag van 29 september 2009 aan het CvdM, waarin deze claim stond, eenvoudig en zonder veel reflectie overgenomen (d.w.z. voor haar verantwoordelijkheid genomen). Ik denk dat ze het wel mooi vonden: het zou verdubbeling van de zendtijd van de BOS betekenen. En ze zagen er geen kwaad in.
Hoe intensief de BUN-bestuursleden zomer 2009 bij de aanvraag betrokken waren, is mij niet duidelijk. Ik moet uitgaan van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid; zeker in morele, dat is intentionele zin. Uit het verslag van de (openbare) 'Hoorzitting' bij het CvdM d.d 20 oktober 2009 over de aanvraag: "De heer Ten Kate [destijds BOS-voorzitter] : ... De besturen van BUN en BOS hebben een serieus onderzoek uitgevoerd naar het Boeddhisme in Nederland. Daarmee werd in maart gestart. De resultaten daarvan werden in de zomer verwerkt. Parallel aan dat onderzoek werd de zendtijdaanvraag voorbereid."
Officieel heeft de BUN zich nooit van het cijfer van 900.000 gedistantieerd. Wel werd halfslachtig gezegd: het ging om boeddhisten of mensen met affiniteit tot het boeddhisme in de definitie van Commissariaat, daar konden wij ook niets aan doen, zelf gebruiken we lagere cijfers.
Tot een maand geleden; toen zette het bestuur een 'Inventarisatie' op hun website. Met in feite een eerste duidelijk aantal sinds de concessieaanvraag van 2009. Een beleidsdaad van het nieuwe bestuur, waarmee de discussie hoeveel (ongeorganiseerde) boeddhisten er zijn, overigens niet definitief beslist is.
Korte samenvatting: het getal van 900.000 is gecorrigeerd; tot 57.500 (dat kan je wel een correctie noemen), maar dat getal wordt in de 'inventarisatie' wat verdekt genoemd ("352.000 Nederlanders in de eerste plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme. Bovendien ontlenen nog eens 495.000 mensen, naast hun eerste keuze, op de tweede plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme.", dat is samen 847.000 mensen, waarbij in de aanvraag nog eens ruim 50.000 allochtonen zijn opgeteld, zelf ook weer een zeer twijfelachtig getal en twijfelachtige handeling dit er bij op te tellen.)
Uiteraard (ik zat er destijds met m'n neus bovenop) komt in dit 'bezwaarschrift' ook het NPO-onderzoek aan de orde, ik citeerde hierboven al dhr. ten Kate.
Nog eens voor de duidelijkheid: het gaat me er hier niet om welk deel van het NPO-onderzoek gebruikt is om tot de 900.000 boeddhisten te komen, en of de BOS dit had mogen declareren, het gaat me er hier om dat de BUN achter dit getal is gaan staan.
Natuurlijk is het de BOS geweest die destijds het NPO-onderzoek heeft geëntameerd en is het Gertjan Mulder geweest die, toen hij de concesieaanvraag schreef, de resultaten ervan gekoppeld aan z'n (vooraf geformuleerde) wens boven de 500.000 boeddhisten te komen, dit onderzoek heeft gebruikt.
Het gaat me er om dat de BUN-bestuursleden, als ze hadden nagedacht, hadden kunnen weten dat dit getal niet kón kloppen, (toch) met deze claim zijn meegegaan. Van zomer 2009 tot voorjaar 2010, inclusief de hoorzitting over dit bezwaarschrift vier keer tegenover het CvdM.
Ik ben geen jurist of boekhouder, eerder moralist, ik beschouw dit als moreel onjuist.
Daarom alsnog excuses. Want in feite was het bewust bezijden de waarheid (heb ik dat niet aardig gezegd?)
Het is vervelend dat Michael Ritman en zijn BUN-bestuur hier nu mee worden geconfronteerd, want hoewel ik in dogmatische zin niet geloof in het bestaan van collectief karma (zie blog van 26 september, par. 4.2 ), is deze term in meer dagelijkse zin wel op het BUN-bestuur van toepassing.
=======================================================================
Het bezwaarschrift
"Versteeg wigman sprey advocaten
PER AANGETEKENDE POST
Commissariaat voor de Media
Postbus 1426
1200 BK HILVERSUM
Datum 9 februari 2010
Kenmerk Uw kenmerk: 19752/2009019245
Betreft Bezwaarschrift besluit op aanwijzingsaanvraag ex art. 2.42 Mediawet 2008
BEZWAARSCHRIfT
Geacht Commissariaat,Namens mijn cliënte, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Boeddhistische Unie Nederland, gevestigd te (1031 XS) Amsterdam aan de Ranonkelkade 13 I (verder: "B.U.N.") maak ik hierbij bezwaar tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media ("het Commissariaat") inzake de aanwijzingsaanvraag ex artikel 2.42 Mediawet 2008, d.d. 31 december 2009 onder kenmerk 19752/2009019245 ("het Besluit"). Een kopie van het Besluit is aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 1. Het Besluit is genomen naar aanleiding van de door B.U.N. ingediende (concessie-) aanvraag in de zin van artikel 2.42 Mediawet 2008 ("de Aanvraag"). Een kopie van de Aanvraag is aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 2.
Inleiding
De Aanvraag betreft een aanvraag van B.U.N. om te worden aangewezen als rechtspersoon voor het verzorgen van media-aanbod op geestelijk terrein voor de landelijke publieke mediadienst.
De Aanvraag is gedaan voor grootteklasse B zoals gedefinieerd in artikel 4 lid 1 van de Beleidsregels aanwijzing kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag 2010-2015 (artikel2.42 van de Mediawet) (hierna: de "Beleidsregels"). Het corresponderende aantal aanhangers van de desbetreffende religieuze of geestelijke stroming voor grootteklasse B dient minimaal 500.000 en maximaal twee miljoen personen te omvatten.
B.U.N. beroept zich voor de schatting van het aantal aanhangers van het desbetreffende stroming, het boeddhisme, op de volgende onderzoeken:
a. de eerste resultaten van het door de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de Nederlandse Publieke Omroep ("NPO") uitgevoerde kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar boeddhisme inNederland (het "NPO- onderzoek");
b. het door het Centraal Bureau voor de Statistiek ("CBS") uitgevoerde onderzoek naar de aanhang van het boeddhisme onder eerste en tweede generatie immigranten, aan de Aanvraag gehecht als bijlage 3;
c. het onderzoek "God in Nederland" 1 uit 2006, dat in opdracht van het Rooms-Katholiek Kerkgenootschap (RKK) door het Sociaal en Cultureel Planbureau ("SCP") en het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden Kaski-instituut is uitgevoerd, en
d. het onderzoek van het SCP getiteld "Culturele veranderingen in Nederland (2002)".
Uit het onder a. bedoelde onderzoek blijkt dat het boeddhisme onder Nederlanders een aanhang heeft van 832.895 personen. Indien het aantal boeddhisten onder eerste en tweede generatie immigranten daarbij wordt opgeteld (blijkens het onder b. genoemde onderzoek van het CBS op 1 januari 2007 minstens 113.000 personen), heeft het boeddhisme in Nederland circa 900.000 aanhangers (rekening houdend met een overlap tussen beide groepen). Uit het onder c. bedoelde onderzoek blijkt dat meer dan 500.000 Nederlanders zich het meest verwant voelt met het boeddhisme. Uit het onder d. bedoelde onderzoek volgt, zoals tevens onder 2.2 van het NPOonderzoek is vermeld, dat l,S miljoen Nederlanders zich enigszins tot sterk verwant voelen met het boeddhisme.
Het Commissariaat heeft B.U.N. tijdens een hoorzitting op 20 oktober 2009 gehoord met betrekking tot de Aanvraag.
In het Besluit zijn onder het kopje "uren" onder meer de volgende overwegingen opgenomen:
overweging 34: "Op de bij gelegenheid van het bovengenoemde onderzoek [het NPOVerslag] gestelde vraag welke stroming op dit moment persoonlijk de meeste inspiratie en inrichting biedt, antwoordden, omgerekend naar de gehele bevolking van 18 jaar en ouder, ruim 370.000 mensen met Boeddhisme. Uit de beantwoording van de daaropvolgende vraag welke stroming op de tweede plaats komt als het gaat om inspiratie en richting kan, naar ons oordeel, niet een daadwerkelijke affiniteit worden afgeleid met die stroming."
Overweging 35: "Tijdens de hoorzitting op 20 oktober 2009 kwam voorts naar voren dat op de in het kader van dat onderzoek [het NPO-verslag] tevens gestelde vraag of men zich Boeddhist noemt, circa 200.000 mensen antwoordden zich Boeddhist te voelen maar zich niet tot een stroming te rekenen."
Overweging 36: "Ten behoeve van de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 heeft de BUN aangegeven dat de omvang van haar achterban 250.000 mensen bedraagt. ( ... ) Wij achten het evenwel niet aannemelijk dat de achterban van de BUN binnen 5 jaar meer dan
verdrievoudigd is."
Overweging 37: "Wij zijn van oordeel dat de door de BUN gepresenteerde cijfers aantonen dat het Boeddhisme een aanhang heeft van meer dan 100.000 mensen, maar ruim minder dan 500.000 personen."
1 T. Bernts, G. Dekker en J. De Hart, God in Nederland, Kampen: Uitgeverij Ten Have 2006
Overweging 38: "( ... ) Ons zijn geen feiten en omstandigheden bekend en gezien het bovenstaande heeft de BUN ook geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding zijn ( ... ) de indeling van de BUN in grootteklasse C (bij de hoofdstroming van minder dan 500.000 personen) te wijzigen."
Het Commissariaat heeft vervolgens in artikel II van het Besluit als volgt besloten: "Het Commissariaat stelt voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 december 2015 per jaar 69 uur en 30 minuten beschikbaar op de algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst en per jaar 23 uur en 6 minuten beschikbaar op de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst. "
Gronden van het bezwaar
B.U.N. kan zich met het Besluit niet verenigen, omdat zij ten onrechte niet is ingedeeld igrootteklasse B en haar ten onrechte niet de haar op grond van die grootteklasse toekomende hoeveelheid zendtijd is toegekend. Het Besluit is om die reden in strijd met de Beleidsregels. Het bestreden besluit is daarnaast in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu bij de toekenning van zendtijd aan andere omroepen andere maatstaven zijn gehanteerd.
Hiernavolgend zal dit standpunt nader worden uitgewerkt en toegelicht.
Toelichting - De onderzoeken
B.U.N. stelt zich op het standpunt dat het boeddhisme in Nederland meer dan 500.000 aanhangers heeft. Dit volgt onder meer uit het onderzoek "God in Nederland" uit 2006. Een afschrift van het relevante gedeelte van dit onderzoek is aan dit bezwaar gehecht als bijlage 3.
Uit dit onderzoek blijkt dat 4,2% van de Nederlanders van 17 jaar en ouder in 2006 zich het meest verwant voelden met het boeddhisme. Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2006 12.947.770 Nederlanders met een leeftijd van 17 jaar en ouder.
Daarmee komt de voornoemde 4,2% neer op meer dan 543.000 personen Nederlanders van 17 jaar en ouder die zich in 2006 het meest verwant voelden met het boeddhisme. In bijlage II bij de brief van de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de NPO d.d. 5 februari 2010, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 4, is onder 1.2 het voornoemde aantal Nederlanders van 17 jaar en ouder in 2006 genoemd.
Aan de uitkomsten van het onderzoek 'God In Nederland' wordt in het Besluit geheel voorbij gegaan. Dit terwijl bijvoorbeeld het besluit, waarbij aan de Stichting Humanistische Omroep zendtijd voor de periode 2010-2015 wordt toegekend, wel op dit onderzoek is gebaseerd. Door in het bestreden Besluit voorbij te gaan aan de uitkomsten van dit onderzoek, handelt het Commissariaat in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Ook uit een eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau "Culturele veranderingen in Nederland" (2002) onder Nederlanders van 16 jaar en ouder blijkt dat 12% van hen zich enigszins tot sterk verwant voelt met het boeddhisme. Dit komt omgerekend neer op iets meer dan 1,5 miljoen personen. Deze cijfers en de bron daarvan zijn tevens vermeld onder 2.2 van de Aanvraag.
Uit de eerste resultaten van het onderzoek dat op verzoek van B.U.N. in 2009 door de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de Nederlandse Publieke Omroep is uitgevoerd naar de omvang van de aanhang van het boeddhisme in Nederland blijkt dat er anno 2009 meer dan 830.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder daadwerkelijk affiniteit hebben met boeddhisme. Aan deze personen is vervolgens gevraagd met welke boeddhistische stroming zij zich het meest identificeren.
De uitslag van dit deel van het onderzoek is in de onderstaande tabel weergegeven. Dit overzicht was nog geen onderdeel van het aan de Aanvraag gehechte NPO-onderzoek en geldt als aanvulling op die "eerste resultaten" van het "grootschalig onderzoek naar de achterban van de BOS". Hoewel de afdeling MediaOnderzoek & - Advies het onderzoek op de datum van dit bezwaar nog niet volbracht heeft, heeft zij op verzoek van de B.U.N. dit overzicht wel alvast toegestuurd om zo nadere informatie te geven die van belang is voor de beoordeling van de Aanvraag. In de als bijlage 4 aan dit bezwaarschrift gehechte brief van de voornoemde afdeling MediaOnderzoek & - Advies wordt gemeld en toegelicht. In bijlage I van die brief is de onderstaande tabel toegelicht.
Andere boeddhistische stroming 0,7% 6
Mahayana (Zen) boeddhisme 11,1% 94
Theravada boeddhisme 0,7% 6
Tibetaans boeddhisme 23,7% 200
Voel me boeddhist, maar identificeer me niet met een bepaalde stroming 24,7% 210
Weet niet 38,4% 325
Geen antwoord 0,7% 6
Totaal 100,0% 847
Deze vraag is gesteld aan alle respondenten die hebben aangegeven daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme te hebben. N=278
2 Overigens heeft de afdeling MediaOnderzoek & - Advies van de NPO, in overleg met TNS NIPO, na het uitbrengen van de 'eerste resultaten' besloten "het bereik van de gebruikte wegingsfactoren te verkleinen, waardoor de weging binnen de gangbare normen valt". Uit de hiervoor bedoelde herberekening volgt overigens dat het absolute aantal personen dat 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft 847.000 is.
Uit dit overzicht blijkt dat 36,2% van de respondenten (absoluut: 306.000 personen) die hebben
aangegeven 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme te hebben zich met een specifieke
stroming van het boeddhisme identificeert. 24,7% van de respondenten voelt zich wel boeddhist,
maar identificeert zich niet met een bepaalde stroming. Absoluut komt dit neer op 210.000
personen. Het totaal van het aantal respondenten dat zichzelf als boeddhist beschouwt is daarmee 60,9%, hetgeen neerkomt op een absoluut aantal van 516.000 personen. Ook op basis van deze cijfers zou de B.U.N. in aanmerking komen voor indeling in grootteklasse B.
In overweging 35 van het Besluit is overwogen dat tijdens de hoorzitting op 20 oktober 2009 naar
voren kwam dat op de in het kader van het NPO-verslag tevens gestelde vraag of men zich
boeddhist noemt, circa 200.000 mensen antwoordden zich boeddhist te voelen maar zich niet tot
een stroming te rekenen. Daarmee wordt gerefereerd aan het aantal van 210.000 mensen uit
bovenstaand overzicht.
Indien het Commissariaat met overweging 35 heeft willen aangeven dat voor de bepaling van de
omvang van de aanhang van het boeddhisme slechts relevant is of de respondenten zich tot een
bepaalde stroming rekenen, en dat de voornoemde 210.000 personen dientengevolge niet als aanhanger van het boeddhisme beschouwd dienen te worden (hetgeen niet door het Commissariaat is gemotiveerd), dient het volgende te worden opgemerkt.
Het feit dat een deel van de respondenten heeft aangegeven zich niet tot een specifieke stroming
binnen het boeddhisme te rekenen is een kenmerk van het Westers boeddhisme (en van de huidige beleving van religie). Kenmerkend voor het Westers boeddhisme is immers, zoals ook uiteengezet in de Aanvraag, dat daarin elementen uit de traditionele substromingen van het boeddhisme en van andere levensbeschouwelijke stromingen worden overgenomen, geïntegreerd en dat daaraan soms een andere vorm wordt gegeven. Daarnaast wordt het boeddhisme gekenmerkt door een hoogopgeleide, kritische en mondige achterban met grote weerzin tegen institutionalisering.
Het is dan ook juist typerend voor het (westerse) boeddhisme dat de aanhangers van deze
overtuiging zichzelf niet gauw tot een stroming rekenen en voor zover zij dit al doen zich niet
beperken tot een specifieke stroming binnen het boeddhisme. De verklaring voor het feit dat een
deel van de respondenten van het NPO-onderzoek aangeeft niet een bepaalde stroming van het
boeddhisme aan te hangen is dan ook dat deze groep het Westers boeddhisme aanhangt.
Daarnaast is het zo dat de hedendaagse West-Europese beleving van geloofsovertuigingen in de loop van de twintigste eeuw informeler is geworden. In het artikel in NRC Handelsblad d.d. 23 december 2007, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 5, meldt godsdienstsocioloog professor M. Ter Borg dat de "herinnering aan de soms dwingende religieuze gezagsstructuren" "verwaaid" is. Blijkens het artikel is volgens peilingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau ongeveer 70 procent van de Nederlandse bevolking gelovig. Slechts 25 procent van hen is echter lid van 'traditionele religieuze instellingen'. In het artikel wordt dan ook gesproken van de "de-institutionalisering" van religie waardoor men minder vasthoudt aan de traditionele stromingen. Ook dit is een verklaring voor het feit dat een deel van de Nederlanders die zichzelf als boeddhist beschouwt, zich niet tot een (geïnstitutionaliseerde, traditionele) stroming van het boeddhisme rekent.
Bovendien dient erop te worden gewezen dat het Commissariaat, gelet op de vrijheid van Godsdienst en de scheiding tussen kerk en Staat, "zich niet [mengt] in theologische discussies of een substroming, richting of school, behoort tot de zuivere leer van de hoofdstroming." Zo heeft het Commissariaat besloten in onder andere overweging 47 van haar besluit d.d. 29 december 2009 op concessieaanvraag van de Stichting Verenigde Moslim Omroep. Indien overweging 35 van het Besluit dan ook zo gelezen dient te worden, dat het Commissariaat daarmee heeft bedoeld dat het aantal mensen dat zich boeddhist voelt, maar zich niet tot een stroming rekent, niet als een aanhanger van het boeddhisme dient te worden beschouwd, is dit in strijd met voornoemde vrijheid van Godsdienst en scheiding tussen kerk en Staat.
Ten slotte dient met betrekking tot overweging 35 het volgende te worden opgemerkt. Ook indien de 210.000 personen die zich niet tot een stroming rekenen in mindering zouden worden gebracht op het totale aantal personen dat blijkens het NPO-rapport 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft (meer dan 840.000), resulteert dit in een aantal van meer dan 630.000. Zelfs indien uit het rapport zou blijken dat er slechts circa 630.000 aanhangers van het boeddhisme zouden zijn in plaats van het door B.U.N. gestelde aantal van meer dan 840.000, dan zou B.U.N. alsnog dienen te worden ingedeeld in grootteklasse B.
De vraagstelling
In overweging 34 van het Besluit is overwogen dat "uit de beantwoording van de ( ... ) vraag welke stroming op de tweede plaats komt als het gaat om inspiratie en richting" naar het oordeel van het Commissariaat "niet een daadwerkelijke affiniteit" met die stroming kan worden aangetoond.
In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 maart 20073 op de beroepen tegen de toekenning van zendtijd aan kerkgenootschappen en genootschappen op
geestelijke grondslag voor de periode 2005-2010 wordt in alinea 2.19 overwogen dat een geschikte vraag om de achterban van een hoofdstroming te bepalen is tot welk kerkgenootschap, godsdienst of levensbeschouwelijke groepering de respondent zich rekent.
B.U.N. is van oordeel dat de geloofsbeleving in Nederland sinds 2005 zodanig is gewijzigd dat deze
vraagstelling niet langer voldoet om de aanhang van een bepaalde hoofdstroming te bepalen. Zoals
in het voorgaande reeds is uiteengezet, is slechts 25% van de Nederlandse bevolking lid van
traditionele religieuze instellingen, terwijl 70% van de bevolking wel gelovig is. Als men de in 2005 gehanteerde vraagstelling in 2010 zou hanteren, zou dit dan ook een heel ander beeld van de aanhang van de verschillende hoofdstromingen geven.
Om die reden is het begrip "daadwerkelijke affiniteit" in het NPO-onderzoek in overleg met onder
meer de hoogleraren Vroom (VU) en Oosterling (EUR) en met de heer De Hart van het SCP vertaald in vragen welke stroming op dit moment persoonlijk de meeste inspiratie biedt en welke stroming
daarnaast inspiratie biedt. Deze vraagstelling doet meer recht aan de verschillende vormen waarop
religies en levensbeschouwingen heden ten dage beleefd worden en verschaft een betrouwbaarder
beeld van de stroming waar mensen daadwerkelijk affiniteit mee hebben dan de beantwoording van
de vraag tot welk kerkgenootschap, godsdienst of levensbeschouwelijke groepering men zich rekent.
Overigens volgt ook uit onderdeel 3d van de 'Beleidslijn zendtijdaanvragen van kerkgenootschappen
en genootschappen op geestelijke qrondslaq'" dat 'daadwerkelijke affiniteit' ook blijkt uit 'adhesie betuigingen' aan een bepaalde stroming. Daarvan is sprake als men behalve aan één hoofdstroming ook inspiratie en richting ontleent aan een andere hoofdstroming.
Het is tegenwoordig dan ook wel degelijk mogelijk dat een persoon 'daadwerkelijke affiniteit' heeft met meer dan een stroming. Dit blijkt tevens uit het antwoord op de vraag uit het NPO-onderzoek naar de stroming die naast de stroming die het meeste inspiratie en richting biedt, de meeste inspiratie en richting biedt. De respondenten konden immers ook kiezen voor het antwoord: 'geen tweede stroming'. Indien het publiek zich enkel zou oriënteren op één religie of levensbeschouwing zou dan ook 'geen tweede stroming' zijn geantwoord. Dat is echter niet het geval geweest.
Bovendien luidde de vraagstelling welke stroming 'daarnaast' de meeste inspiratie en richting biedt.
Het antwoord op de vraag welke stroming eveneens inspiratie en richting biedt, geeft om
voornoemde redenen dan ook wel degelijk een 'daadwerkelijke affiniteit' met een bepaalde stroming weer.
Deze visie wordt overigens niet alleen gedeeld door de afdeling MediaOnderzoek & -Advles van de Nederlandse Publieke Omroep. Blijkens het eerder genoemde onderzoek 'God In Nederland' hebben ook het Sociaal en Cultureel Planbureau en het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden Kaski-instituut gemeend dat de vraag welke religieuze of levensbeschouwelijke stroming eveneens inspiratie en richting biedt wel degelijk relevant is in het kader van het bepalen van de
geloofsovertuiging. Dit wordt mede aangetoond door het feit dat aanhangers van het Westers
boeddhisme vaak niet alleen affiniteit met slechts één levensbeschouwelijke stroming hebben. In het Westers boeddhisme worden immers elementen van andere levensbeschouwelijke stromingen
overgenomen, geïntegreerd of wordt daaraan een andere vorm gegeven. Dit is de verklaring voor
het feit dat juist de aanhangers van het Westerse boeddhisme met meer dan één stroming daadwerkelijke affiniteit hebben.
De aanvraag voor 2005-2010
De reden dat B.U.N. ten behoeve van de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 heeft
aangegeven dat de omvang van haar achterban slechts 250.000 mensen bedroeg, is erin gelegen
dat de B.U.N. destijds voor de berekening van de omvang van haar aanhang een - naar achteraf
blijkt - te strikte interpretatie van het begrip 'daadwerkelijke affiniteit' heeft gehanteerd. Destijds zijn immers alleen tot de aanhang van het boeddhisme gerekend diegenen die een boeddhistisch centrum financieel ondersteunden en participeerden in tenminste de helft van de activiteiten van een dergelijk centrum. Dit is een te streng criterium dat derhalve ook niet houdbaar is. Het feit dat op basis van dit criterium de omvang van de aanhang werd vastgesteld op 250.000 mag om die reden dan ook niet als argument worden gebruikt waarom het onwaarschijnlijk is dat die aanhang nu meer dan 500.000 personen zou bedragen.
Bovendien is een verklaring voor het gestegen aantal boeddhisten in de periode van de
zendtijdaanvraag voor de periode 2005-2010 en de huidige Aanvraag, dat het aantal boeddhisten in
Nederland juist in de afgelopen jaren exponentieel is gestegen. Deze stijging wordt aangetoond door onderstaand overzicht uit bijlage I van het door de afdeling MediaOnderzoek& - Advies van de NPO toegestuurde brief, aan dit bezwaarschrift gehecht als bijlage 4. In dit overzicht wordt antwoord gegeven op de vraag onder de respondenten uit het NPO-onderzoek die hebben aangegeven 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme te hebben, hoe lang ze het boeddhisme beoefenen.
Uit dit overzicht blijkt dat een aanzienlijk deel van de huidige boeddhisten (475.000) pas de laatste vijf jaren het boeddhisme beoefenen, hetgeen aldus de stijging in de omvang van de aanhang van het boeddhisme verklaart.
Minder dan 1 jaar 21,3% 181
1 t/rn 2 jaar 16,2% 138
3 t/rn 5 jaar 18,4% 156
6 tjm 10 jaar 9,0% 77
Meer dan 10 jaar 19,1% 162
Weet niet 15,2% 129
Totaal 100,0% 847
Deze vraag is gesteld aan alle respondenten die hebben aangegeven daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme te hebben. N=278
Bovengenoemde omstandigheden verklaren de discrepantie tussen de opgave van het aantal
aanhangers van het boeddhisme zoals die is gedaan in de zendtijdaanvraag voor de periode 2005-
2010 en in de Aanvraag voor de periode 2010-2015.
De enkele overweging dat het Commissariaat het niet aannemelijk acht "dat de achterban van de
BUN binnen 5 jaar meer dan verdrievoudigd is", is gelet op het bovenstaande dan ook niet
overtuigend.
Conclusie
Het bovenstaande samenvattend kom ik, namens B.U.N. tot geen andere conclusie dan dat, anders dan het Commissariaat in alinea 38 van het Besluit overweegt, er door B.U.N. wel degelijk feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die aanleiding zijn om de indeling van B.U.N. in grootteklasse C te wijzigen. Aangezien uit de gehouden onderzoeken volgt dat het aantal Nederlanders dat een 'daadwerkelijke affiniteit' met het boeddhisme heeft meer dan 500.000 bedraagt, dient de B.U.N. in grootteklasse B te worden ingedeeld.
B.U.N. verzoekt het Commissariaat dan ook het bestreden Besluit te herroepen en alsnog de zendtijdaanvraag van de B.U.N. voor grootteklasse B te honoreren en haar de corresponderende hoeveelheid zendtijd op de algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst en op de algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst toe te kennen.
Hoogachtend,
B.M. van Werven
advocaatnrc
dinsdag 18 november 2014
Vijf jaar geleden: toen niemand nog twijfelde aan het feit dat het NPO-onderzoek bedoeld was om aan te tonen dat er 900000 boeddhisten zijn
Een kleine bijdrage aan de geschiedschrijving van het georganiseerde Nederlandse boeddhisme.
Ruim vijf jaar geleden diende de BOS "mede namens de BUN" een aanvraag in voor zendtijd voor de periode 2010-2015.
Belangrijk onderdeel van de aanvraag, die een verhoging van de gewenste zendtijd betekende omdat de BOS claimde dat er veel meer dan 500.000 boeddhisten in Nederland zijn, was een rapport van de NPO waaruit zou blijken dat er 900.000 zijn
Die aanvraag rammelde ernstig, meende ik toen, en uit liefde voor de waarheid heb ik dat destijds het Commissariaat voor de Media laten weten.
Hieronder een brief van mij van nu vijf jaar geleden, toen niemand nog twijfelde aan het feit dat het NPO-onderzoek bedoeld was om de claim van zendtijd t.b.v. 900.000 boeddhisten te onderbouwen.
Opnieuw relevant omdat in de zitting van de rechtbank verleden week (zie mijn blogtekst van gisteren daarover) BUN en BOS beweerden dat dat onderzoek een ander doel diende: om adequater voor de doelgroep van de BOS te kunnen programmeren.
===============================================================
Betreft: Kommentaar op de
Aanvraag voor Aanwijzing Zendtijd 2010-2015
door de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS)
Geacht Commissariaat voor de Media
Hierbij mijn kommentaar op bovengenoemde aanvraag.
Ik doe dit op persoonlijke titel, als boeddhist die bezorgd is over de ontwikkelingen binnen het georganiseerde boeddhisme in Nederland.
Wie heeft de aanvraag ingediend? Alleen de BOS
“Mede namens de BUN” staat in de Aanbiedingsbrief van 30 september, dat betekent echter niets. De BUN-leden kennen de aanvraag noch een concept ervan: die is geheim gehouden.
Er is ook geen openbare brief of besluit van het BUN-bestuur over deze aanvraag.
“De aanvrager is de Vereniging Boeddhistische Unie Nederland (BUN)" staat er bovenaan pagina 3, nogal onverwacht en in strijd met de aanbiedingsbrief van de BOS-directeur. Geen enkele passage van de verdere tekst van de aanvraag (bv die over representativiteit) wijst daar op.
Deze passage is alleen te begrijpen als men weet dat die precies zo in de Aanvraag van 2004 (toen wel van de BUN) stond, hij is gedachtenloos overgenomen.
Was de BOS gerechtigd deze aanvraag in te dienen? Volgens mij niet.
De BOS baseert zich impliciet op de delegatieovereenkomst BUN-BOS van 4 oktober 2008
Deze is echter m.i. in strijd met de Mediawet en de Beleidsregels van het Commissariaat:
Niet een omroep, een “organisatie die het media-aanbod verzorgt” maar een “geestelijke genootschap” in uw termen had de aanvraag in moeten dienen. Niet de BOS maar bv de BUN.
Mijn conclusie: de indienende organisatie van deze aanvraag was daar niet toe bevoegd, dus moet de aanvraag niet behandeling worden genomen.
Daarmee zou ik m’n bijdrage kunnen afronden, toch nog wat kanttekeningen bij de inhoud.
Ik volg daarbij uw Toelichting op uw beleidsregels en de ‘inrichtingseisen’ zoals u die in uw brief van 3 april 2009 aan onder andere de BUN heeft geformuleerd.
ii. korte omschrijving van de hoofdstroming waarvoor zendtijd wordt gevraagd; en
iii. eventueel aanduiding van de substromingen waarvoor de hoofdstroming als representatief kan worden beschouwd;
Het lijkt me hier niet de plaats daar uitgebreid op in te gaan, maar de tekst van de Aanvraag schiet op veel punten ernstig tekort. Laat ik het zo zeggen: slechts enkele duizenden van de 900.000 boeddhisten die de BOS claimt te representeren, zullen zich in deze tekst herkennen.
iv. gemotiveerde opgave waarmee ten genoegen van het Commissariaat de kwantitatieve aanhang van de hoofdstroming kan worden vastgesteld;
Het meest concrete wat hierover is de Aanvraag staat, is gebaseerd op de onderzoeks-resultaten van de afdeling MediaOnderzoek & -Advies van de NPO. Bijlage 2 (op blz 28 e.v.) begint met een vertrouwelijke brief van de onderzoeker aan de BOS. Het rapport is zo voorlopig en zo onvolledig dat er nu nog geen enkele conclusie uit getrokken mag worden; elke discussie over de methodologische onderbouwing ervan is op dit moment onmogelijk. Dit is door de onderzoeker op de Achterbandag van de BOS op 3 oktober j.l. ook toegegeven.
De vertaling van uw (van de Raad van State afkomstige) begrip “daadwerkelijke affiniteit” in
de vraag “welke stroming biedt u het meeste inspiratie en richting”
plus (volgens mij helemáál niet overeenkomstig uw affiniteitscriterium !):
de vraag welke stroming daarbij de tweede keus is (bij een deel van de steekproef),
is onjuist. Ik zou de adviezen van de op pag 10 genoemde geleerden wel eens willen zien.
De resultaten van 370.000 voor de eerste vraag plus de 462.000 voor de tweede vraag zijn boterzacht. En dan nog is onduidelijk of de percentages wegens onbekendheid over hoe de steekproef getrokken is, vertaald mogen worden naar de geclaimde 830.000 van de hele Nederlandse bevolking.
Dan de stelling op pagina 10 dat er “per 1 januari 2007 ten minste 113.000 niet van oorspronkelijk Nederlandse afkomst zijnde boeddhisten in Nederland aanwezig waren ”. In de tabel ‘Omvang allochtone aanhang boeddhisme in Nederland’ zoals die in Bijlage 3 opgenomen is, zijn de percentages in de kolom “Invloed Boeddhisme op cultuur land van herkomst” wetenschappelijk volstrekt niet onderbouwd en veel te hoog. Bv de percentages van 100% voor Vietnam en 80% voor China en Japan slaan nergens op, ditzelfde geldt de 10% voor Indonesië.
Het geclaimde aantal van 113.000 is vele malen, misschien wel meer dan vijf maal te hoog geschat.
Van de 113.000 trekt de Aanvraag er zomaar 45.000 af, om te komen op een totaal van 900.000. “Rekening houdend met een zekere overlap tussen onderzoek en telling allochtone achterban”, wordt beweerd; maar waarom die ‘overlap’ 45.000 zou moeten zijn, weet niemand.
Mijn conclusie: ik kan me niet voorstellen dat u, Commissariaat, zelfs in uw meest welwillende interpretatie van deze resultaten kan vinden dat er meer dan 500.000 mensen zijn met een daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme. Het is genant dat de BOS dit claimt.
Veel waarschijnlijker ligt dat aantal ergens tussen de 20.000 en de 170.000
v. bewijsvoering ten genoegen van het Commissariaat terzake van de representativiteit
van het aanvragend genootschap;
Omdat het de BOS is die de aanvraag heeft ingediend, is het de vraag (eigenlijk irrelevant want de BOS is geen ‘genootschap’) hoe groot de representativiteit van de BOS is. Behalve een onbekend aantal (± 1000) donateurs van de Stichting Vrienden van de BOS is die er niet.
De BOS beweert op pag. 4 van de Zendtijdaanvraag:
“... de boeddhistische centra [worden] gestimuleerd om zitting te nemen in de Participatieraad
van de BOS. Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten
boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging
zitting nemen in dit adviserende orgaan. Concreet betekent dit dat, op basis van de delegatie-overeenkomst tussen BUN en BOS en de autonomie en bestuurlijke inrichting van de BOS, de inclusiviteit én representativiteit van de BOS de facto nog breder is dan die van de BUN”
Nog los van het feit dat de Participatieraad een vederlicht adviesorgaan is, zonder enige echte invloed op het beleid of de programmering, heb ik twee punten van kritiek op deze uitspraak:
(1) Dat ook niet-georganiseerde individuen zitting kunnen nemen in de PAR staat niet in de BOS-statuten (dat zou in art 16 hebben moeten staan), er is ook nooit bekendheid aan gegeven, ook niet op de website. Misschien zit er nu wel een ongeorganiseerde in deze raad (wij kennen de samenstelling niet, die staat ook niet in de Aanvraag), maar in z’n algemeenheid is deze bewering gewoon niet waar en zegt ook niets over reprentativiteit.
(2) Er wordt nu gedaan of de representativiteit van de BUN en de representativiteit van de BOS bij elkaar opgeteld mogen worden. Volstrekt onterecht.
Toch lijkt het me verstandig kommentaar te leveren op die twee zogeheten representativiteiten:
(a) Omdat de Zendtijdaanvraag niets zegt over de representativiteitsclaim van de BUN, is het lastig daarop te reageren. Wij hebben u echter al eerder dit jaar onze opvatting kenbaar gemaakt (in een bijlage hierachter neem ik deze – ingekort op)
Samenvattend is die: de BUN heeft expliciet de ongeorganiseerden buitengesloten; en een vrij informele claim van het BUN-bestuur van een achterban van 20.000 boeddhisten is aan de hoge kant maar mag wat ons betreft de benefit of the doubt krijgen.
In onze berekening is die achterban kleiner dan 10.000 individuen.
(b) De BOS beweert in deze aanvraag dat zij het onwaarschijnlijke aantal van 900.000 representeert en dat deze allen ook zouden moeten meetellen. Ik citeer pagina 10 van de Aanvraag waarmee de uitspraak van de Raad van State en de samenvatting daarvan van uw Commissariaat m.i. opzettellijk volstrekt onjuist wordt geïnterpreteerd:
"Als het Commissariaat voor de Media bij de beoordeling van de zendtijdaanvragen voor de
periode 2010 - 2015 haar beleid uit het verleden continueert en zij aan het tweede deel
van de definitie van de Raad van State voor de bepaling van de omvang van de aanhang
van een religie of levensbeschouwelijke stroming (' ... , maar meer dan incidenteel.. .... '),
dezelfde betekenis hecht als in het verleden gedaan is voor de islam, het protestantisme
en het katholicisme, dan toont dit onderzoek aan dat het boeddhisme een
achterbangrootte heeft van 832.895 (dat deel van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en
ouder voor wie het boeddhisme op de eerste of tweede plaats de meeste inspiratie en
richting biedt, zie bijlage 3), de allochtone boeddhisten daarbij niet meetellend."
Ik zeg: dit is niet alleen een onjuiste interpretatie, hier maakt de BOS ook nog eens een denkfout door de omvang van de ‘achterban’ samen te laten vallen met het deel daarvan dat zij beargumenteerd kan claimen te representeren.
Mijn conclusie is:
het representativiteit-percentage van de BUN (van de 900.000) is hoogstens 2%
het representativiteit-percentage van de BOS (van de 900.000) is niet te bepalen en irrelevant. Dus al helemaal niet de 100% die de Aanvraag impliciet claimt, eerder 0,1%.
Ik zou dit kunnen samenvatten met een paradox, een stijlvorm waar sommige boeddhisten nogal van houden: DE boeddhist bestaat niet en de BOS representeert hem.
vi. omschrijving van het kerkelijk media-aanbod dan wel van het media-aanbod op
geestelijk terrein dat het aanvragend genootschap zich voorneemt te gaan verzorgen
De Aanvraag schiet hierin ernstig tekort.
Hfst VII ‘Positionering boeddhistische omroep’ van de aanvraag, volgens de Inhoudsopgave beginnend op pag. 16, in de versie die wij kennen, staat het hoofdstuk op pagina 21 en 22.
We citeren, en commentariëren:
“Omdat niemand de oorzaak wil zijn van crisis en ellende maar wel van geluk, is de
mensheid niet alleen nu, maar al eeuwen op zoek naar de inspiratie en het houvast om uit
dat irrationele handelen verlost te worden. De BOS kan die inspiratie bieden.”
Als boeddhist moeten we ernstig onze wenkbrauwen fronsen bij deze intentie.
Ik citeer weer: “De BOS produceert en verspreidt een breed scala aan mediaprogramma's vanuit de kernbegrippen wijsheid en compassie, zoals die in het boeddhistisch gedachtegoed zijn uitgewerkt.”
Er had wel iets gezegd mogen worden wat dat brede scala dan is. En bovendien, in het boeddhistische gedachtengoed bevinden zich wel meer kernbegrippen dan deze twee die op deze manier geformuleerd nogal New Age, nogal Happinez-achtig klinken; we missen bv de waarheid van het lijden en het beëindigen van het lijden.
Er wordt niet tot nauwelijks aangegeven welk media-aanbod op boeddhistisch terrein de BOS gaat uitzenden in de periode 2010-2015.
Tijdens de ‘Achterbandag’ van de BOS deed de bestuursvoorzitter nogal honend over de typering van minister Plasterk van 39f-omroepen, die het mogelijk moeten maken dat mensen die slecht ter been zijn, toch kerkdiensten te volgen.
Natuurlijk, de BOS-programma’s moeten niet proberen de kijkers/luisteraars te bekeren, maar de Dharma komt nu nauwelijks aan de orde. Gaat de BOS (af en toe) het beoefenen van het boeddhisme door sangha’s uitzenden, worden er Dharma-toespraken uitgezonden? We krijgen niet de indruk.
We krijgen ook geen indruk wat dan wel. Op dezelfde Achterbandag werd vooral gesproken over documentaires en films, estethiek en exotisch boeddhisme derhalve, nauwelijks aandacht voor het reeel bestaande Nederlandse boeddhisme.
vii. nauwkeurige beschrijving van de governance-structuur en van de administratieve
organisatie van de instelling die het media-aanbod verzorgt en uitzendt;
Wat dat betreft een reactie op wat het Commissariaat in de toelichting op art. 4, vierde lid van de Beleidsregels zegt:" 6. Omgang met belanghebbenden
... In dit beleid wordt voorts aandacht geschonken aan een klachtenregeling,
klanttevredenheid, dienstbaarheid (servicegerichtheid), correcte bejegening (respect)
en kwaliteitszorg ten aanzien van de dienstverlening.”
De BOS hanteert niet het principe van ‘hoor en wederhoor’, noch ingebouwd in een programma noch n.a.v. een reaktie op een programma.
Ik ken een aantal voorbeelden waar dit soort reakties niet of respectloos zijn bejegend.
Volgens mij heeft de BOS ook geen klachtenregeling of door mij voorgestelde ombudsfunctie.
Tot slot nog dit:
“De positie van de BUN is in deze onomstreden binnen boeddhistisch Nederland “, zegt de Aanvraag op pagina 4.
Het spijt me dat ik het zeggen moet: de positie van de BUN is wel omstreden en is dat steeds meer geworden de laatste twee jaar. Met name de rol van het BUN-bestuur in haar geheel en van een aantal invididuele BUN-bestuursleden in het proces van commercialisering van het Nederlandse boeddhisme is – in mijn opvatting – bepaald niet integer te noemen.
Met deze aanvraag en met de reklame die de BOS recentelijk (in radio-uitzendingen) voor bedrijven van BUN-bestuursleden heeft gemaakt, is deze positie er niet sterker op geworden.
Hoogachtend,
(was getekend)
J.W. Romeijn
...
Amersfoort
Ruim vijf jaar geleden diende de BOS "mede namens de BUN" een aanvraag in voor zendtijd voor de periode 2010-2015.
Belangrijk onderdeel van de aanvraag, die een verhoging van de gewenste zendtijd betekende omdat de BOS claimde dat er veel meer dan 500.000 boeddhisten in Nederland zijn, was een rapport van de NPO waaruit zou blijken dat er 900.000 zijn
Die aanvraag rammelde ernstig, meende ik toen, en uit liefde voor de waarheid heb ik dat destijds het Commissariaat voor de Media laten weten.
Hieronder een brief van mij van nu vijf jaar geleden, toen niemand nog twijfelde aan het feit dat het NPO-onderzoek bedoeld was om de claim van zendtijd t.b.v. 900.000 boeddhisten te onderbouwen.
Opnieuw relevant omdat in de zitting van de rechtbank verleden week (zie mijn blogtekst van gisteren daarover) BUN en BOS beweerden dat dat onderzoek een ander doel diende: om adequater voor de doelgroep van de BOS te kunnen programmeren.
===============================================================
Betreft: Kommentaar op de
Aanvraag voor Aanwijzing Zendtijd 2010-2015
door de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS)
Amersfoort, 19 oktober 2009
Geacht Commissariaat voor de Media
Hierbij mijn kommentaar op bovengenoemde aanvraag.
Ik doe dit op persoonlijke titel, als boeddhist die bezorgd is over de ontwikkelingen binnen het georganiseerde boeddhisme in Nederland.
Wie heeft de aanvraag ingediend? Alleen de BOS
“Mede namens de BUN” staat in de Aanbiedingsbrief van 30 september, dat betekent echter niets. De BUN-leden kennen de aanvraag noch een concept ervan: die is geheim gehouden.
Er is ook geen openbare brief of besluit van het BUN-bestuur over deze aanvraag.
“De aanvrager is de Vereniging Boeddhistische Unie Nederland (BUN)" staat er bovenaan pagina 3, nogal onverwacht en in strijd met de aanbiedingsbrief van de BOS-directeur. Geen enkele passage van de verdere tekst van de aanvraag (bv die over representativiteit) wijst daar op.
Deze passage is alleen te begrijpen als men weet dat die precies zo in de Aanvraag van 2004 (toen wel van de BUN) stond, hij is gedachtenloos overgenomen.
Was de BOS gerechtigd deze aanvraag in te dienen? Volgens mij niet.
De BOS baseert zich impliciet op de delegatieovereenkomst BUN-BOS van 4 oktober 2008
Deze is echter m.i. in strijd met de Mediawet en de Beleidsregels van het Commissariaat:
Niet een omroep, een “organisatie die het media-aanbod verzorgt” maar een “geestelijke genootschap” in uw termen had de aanvraag in moeten dienen. Niet de BOS maar bv de BUN.
Mijn conclusie: de indienende organisatie van deze aanvraag was daar niet toe bevoegd, dus moet de aanvraag niet behandeling worden genomen.
Daarmee zou ik m’n bijdrage kunnen afronden, toch nog wat kanttekeningen bij de inhoud.
Ik volg daarbij uw Toelichting op uw beleidsregels en de ‘inrichtingseisen’ zoals u die in uw brief van 3 april 2009 aan onder andere de BUN heeft geformuleerd.
ii. korte omschrijving van de hoofdstroming waarvoor zendtijd wordt gevraagd; en
iii. eventueel aanduiding van de substromingen waarvoor de hoofdstroming als representatief kan worden beschouwd;
Het lijkt me hier niet de plaats daar uitgebreid op in te gaan, maar de tekst van de Aanvraag schiet op veel punten ernstig tekort. Laat ik het zo zeggen: slechts enkele duizenden van de 900.000 boeddhisten die de BOS claimt te representeren, zullen zich in deze tekst herkennen.
iv. gemotiveerde opgave waarmee ten genoegen van het Commissariaat de kwantitatieve aanhang van de hoofdstroming kan worden vastgesteld;
Het meest concrete wat hierover is de Aanvraag staat, is gebaseerd op de onderzoeks-resultaten van de afdeling MediaOnderzoek & -Advies van de NPO. Bijlage 2 (op blz 28 e.v.) begint met een vertrouwelijke brief van de onderzoeker aan de BOS. Het rapport is zo voorlopig en zo onvolledig dat er nu nog geen enkele conclusie uit getrokken mag worden; elke discussie over de methodologische onderbouwing ervan is op dit moment onmogelijk. Dit is door de onderzoeker op de Achterbandag van de BOS op 3 oktober j.l. ook toegegeven.
De vertaling van uw (van de Raad van State afkomstige) begrip “daadwerkelijke affiniteit” in
de vraag “welke stroming biedt u het meeste inspiratie en richting”
plus (volgens mij helemáál niet overeenkomstig uw affiniteitscriterium !):
de vraag welke stroming daarbij de tweede keus is (bij een deel van de steekproef),
is onjuist. Ik zou de adviezen van de op pag 10 genoemde geleerden wel eens willen zien.
De resultaten van 370.000 voor de eerste vraag plus de 462.000 voor de tweede vraag zijn boterzacht. En dan nog is onduidelijk of de percentages wegens onbekendheid over hoe de steekproef getrokken is, vertaald mogen worden naar de geclaimde 830.000 van de hele Nederlandse bevolking.
Dan de stelling op pagina 10 dat er “per 1 januari 2007 ten minste 113.000 niet van oorspronkelijk Nederlandse afkomst zijnde boeddhisten in Nederland aanwezig waren ”. In de tabel ‘Omvang allochtone aanhang boeddhisme in Nederland’ zoals die in Bijlage 3 opgenomen is, zijn de percentages in de kolom “Invloed Boeddhisme op cultuur land van herkomst” wetenschappelijk volstrekt niet onderbouwd en veel te hoog. Bv de percentages van 100% voor Vietnam en 80% voor China en Japan slaan nergens op, ditzelfde geldt de 10% voor Indonesië.
Het geclaimde aantal van 113.000 is vele malen, misschien wel meer dan vijf maal te hoog geschat.
Van de 113.000 trekt de Aanvraag er zomaar 45.000 af, om te komen op een totaal van 900.000. “Rekening houdend met een zekere overlap tussen onderzoek en telling allochtone achterban”, wordt beweerd; maar waarom die ‘overlap’ 45.000 zou moeten zijn, weet niemand.
Mijn conclusie: ik kan me niet voorstellen dat u, Commissariaat, zelfs in uw meest welwillende interpretatie van deze resultaten kan vinden dat er meer dan 500.000 mensen zijn met een daadwerkelijke affiniteit met het boeddhisme. Het is genant dat de BOS dit claimt.
Veel waarschijnlijker ligt dat aantal ergens tussen de 20.000 en de 170.000
v. bewijsvoering ten genoegen van het Commissariaat terzake van de representativiteit
van het aanvragend genootschap;
Omdat het de BOS is die de aanvraag heeft ingediend, is het de vraag (eigenlijk irrelevant want de BOS is geen ‘genootschap’) hoe groot de representativiteit van de BOS is. Behalve een onbekend aantal (± 1000) donateurs van de Stichting Vrienden van de BOS is die er niet.
De BOS beweert op pag. 4 van de Zendtijdaanvraag:
“... de boeddhistische centra [worden] gestimuleerd om zitting te nemen in de Participatieraad
van de BOS. Deze participatieraad staat ook open voor niet-BUN aangesloten
boeddhistische centra en bovendien kunnen niet-georganiseerde individuen op uitnodiging
zitting nemen in dit adviserende orgaan. Concreet betekent dit dat, op basis van de delegatie-overeenkomst tussen BUN en BOS en de autonomie en bestuurlijke inrichting van de BOS, de inclusiviteit én representativiteit van de BOS de facto nog breder is dan die van de BUN”
Nog los van het feit dat de Participatieraad een vederlicht adviesorgaan is, zonder enige echte invloed op het beleid of de programmering, heb ik twee punten van kritiek op deze uitspraak:
(1) Dat ook niet-georganiseerde individuen zitting kunnen nemen in de PAR staat niet in de BOS-statuten (dat zou in art 16 hebben moeten staan), er is ook nooit bekendheid aan gegeven, ook niet op de website. Misschien zit er nu wel een ongeorganiseerde in deze raad (wij kennen de samenstelling niet, die staat ook niet in de Aanvraag), maar in z’n algemeenheid is deze bewering gewoon niet waar en zegt ook niets over reprentativiteit.
(2) Er wordt nu gedaan of de representativiteit van de BUN en de representativiteit van de BOS bij elkaar opgeteld mogen worden. Volstrekt onterecht.
Toch lijkt het me verstandig kommentaar te leveren op die twee zogeheten representativiteiten:
(a) Omdat de Zendtijdaanvraag niets zegt over de representativiteitsclaim van de BUN, is het lastig daarop te reageren. Wij hebben u echter al eerder dit jaar onze opvatting kenbaar gemaakt (in een bijlage hierachter neem ik deze – ingekort op)
Samenvattend is die: de BUN heeft expliciet de ongeorganiseerden buitengesloten; en een vrij informele claim van het BUN-bestuur van een achterban van 20.000 boeddhisten is aan de hoge kant maar mag wat ons betreft de benefit of the doubt krijgen.
In onze berekening is die achterban kleiner dan 10.000 individuen.
(b) De BOS beweert in deze aanvraag dat zij het onwaarschijnlijke aantal van 900.000 representeert en dat deze allen ook zouden moeten meetellen. Ik citeer pagina 10 van de Aanvraag waarmee de uitspraak van de Raad van State en de samenvatting daarvan van uw Commissariaat m.i. opzettellijk volstrekt onjuist wordt geïnterpreteerd:
"Als het Commissariaat voor de Media bij de beoordeling van de zendtijdaanvragen voor de
periode 2010 - 2015 haar beleid uit het verleden continueert en zij aan het tweede deel
van de definitie van de Raad van State voor de bepaling van de omvang van de aanhang
van een religie of levensbeschouwelijke stroming (' ... , maar meer dan incidenteel.. .... '),
dezelfde betekenis hecht als in het verleden gedaan is voor de islam, het protestantisme
en het katholicisme, dan toont dit onderzoek aan dat het boeddhisme een
achterbangrootte heeft van 832.895 (dat deel van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en
ouder voor wie het boeddhisme op de eerste of tweede plaats de meeste inspiratie en
richting biedt, zie bijlage 3), de allochtone boeddhisten daarbij niet meetellend."
Ik zeg: dit is niet alleen een onjuiste interpretatie, hier maakt de BOS ook nog eens een denkfout door de omvang van de ‘achterban’ samen te laten vallen met het deel daarvan dat zij beargumenteerd kan claimen te representeren.
Mijn conclusie is:
het representativiteit-percentage van de BUN (van de 900.000) is hoogstens 2%
het representativiteit-percentage van de BOS (van de 900.000) is niet te bepalen en irrelevant. Dus al helemaal niet de 100% die de Aanvraag impliciet claimt, eerder 0,1%.
Ik zou dit kunnen samenvatten met een paradox, een stijlvorm waar sommige boeddhisten nogal van houden: DE boeddhist bestaat niet en de BOS representeert hem.
vi. omschrijving van het kerkelijk media-aanbod dan wel van het media-aanbod op
geestelijk terrein dat het aanvragend genootschap zich voorneemt te gaan verzorgen
De Aanvraag schiet hierin ernstig tekort.
Hfst VII ‘Positionering boeddhistische omroep’ van de aanvraag, volgens de Inhoudsopgave beginnend op pag. 16, in de versie die wij kennen, staat het hoofdstuk op pagina 21 en 22.
We citeren, en commentariëren:
“Omdat niemand de oorzaak wil zijn van crisis en ellende maar wel van geluk, is de
mensheid niet alleen nu, maar al eeuwen op zoek naar de inspiratie en het houvast om uit
dat irrationele handelen verlost te worden. De BOS kan die inspiratie bieden.”
Als boeddhist moeten we ernstig onze wenkbrauwen fronsen bij deze intentie.
Ik citeer weer: “De BOS produceert en verspreidt een breed scala aan mediaprogramma's vanuit de kernbegrippen wijsheid en compassie, zoals die in het boeddhistisch gedachtegoed zijn uitgewerkt.”
Er had wel iets gezegd mogen worden wat dat brede scala dan is. En bovendien, in het boeddhistische gedachtengoed bevinden zich wel meer kernbegrippen dan deze twee die op deze manier geformuleerd nogal New Age, nogal Happinez-achtig klinken; we missen bv de waarheid van het lijden en het beëindigen van het lijden.
Er wordt niet tot nauwelijks aangegeven welk media-aanbod op boeddhistisch terrein de BOS gaat uitzenden in de periode 2010-2015.
Tijdens de ‘Achterbandag’ van de BOS deed de bestuursvoorzitter nogal honend over de typering van minister Plasterk van 39f-omroepen, die het mogelijk moeten maken dat mensen die slecht ter been zijn, toch kerkdiensten te volgen.
Natuurlijk, de BOS-programma’s moeten niet proberen de kijkers/luisteraars te bekeren, maar de Dharma komt nu nauwelijks aan de orde. Gaat de BOS (af en toe) het beoefenen van het boeddhisme door sangha’s uitzenden, worden er Dharma-toespraken uitgezonden? We krijgen niet de indruk.
We krijgen ook geen indruk wat dan wel. Op dezelfde Achterbandag werd vooral gesproken over documentaires en films, estethiek en exotisch boeddhisme derhalve, nauwelijks aandacht voor het reeel bestaande Nederlandse boeddhisme.
vii. nauwkeurige beschrijving van de governance-structuur en van de administratieve
organisatie van de instelling die het media-aanbod verzorgt en uitzendt;
Wat dat betreft een reactie op wat het Commissariaat in de toelichting op art. 4, vierde lid van de Beleidsregels zegt:" 6. Omgang met belanghebbenden
... In dit beleid wordt voorts aandacht geschonken aan een klachtenregeling,
klanttevredenheid, dienstbaarheid (servicegerichtheid), correcte bejegening (respect)
en kwaliteitszorg ten aanzien van de dienstverlening.”
De BOS hanteert niet het principe van ‘hoor en wederhoor’, noch ingebouwd in een programma noch n.a.v. een reaktie op een programma.
Ik ken een aantal voorbeelden waar dit soort reakties niet of respectloos zijn bejegend.
Volgens mij heeft de BOS ook geen klachtenregeling of door mij voorgestelde ombudsfunctie.
Tot slot nog dit:
“De positie van de BUN is in deze onomstreden binnen boeddhistisch Nederland “, zegt de Aanvraag op pagina 4.
Het spijt me dat ik het zeggen moet: de positie van de BUN is wel omstreden en is dat steeds meer geworden de laatste twee jaar. Met name de rol van het BUN-bestuur in haar geheel en van een aantal invididuele BUN-bestuursleden in het proces van commercialisering van het Nederlandse boeddhisme is – in mijn opvatting – bepaald niet integer te noemen.
Met deze aanvraag en met de reklame die de BOS recentelijk (in radio-uitzendingen) voor bedrijven van BUN-bestuursleden heeft gemaakt, is deze positie er niet sterker op geworden.
Hoogachtend,
(was getekend)
J.W. Romeijn
...
Amersfoort
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
brieven,
BUN,
geëngageerd boeddhisme,
overheid
maandag 17 november 2014
Laatste kans voor de BUN om eervol het conflict met het Commissariaat voor de Media te beëindigen - Lopen belangen BUN en BOS nog wel parallel?
Update d.d. 20 november
Aanstaande zaterdag, 22 november, houdt de Boeddhistische Unie Nederland haar ledenvergadering. Waarschijnlijk komt ook de rechtszaak aan de orde tussen de BUN en het Commissariaat voor de Media, die haar heeft beboet. Een aantal boeddhisten vindt dat de BUN zichzelf en het boeddhisme schaadt met deze rechtszaak en heeft de ledenvergadering een 'Open brief' geschreven.
Deze heb ik onderaan deze blogtekst integraal weergegeven.
Het verschil tussen de oproep in deze brief (die ik medeondertekend heb) en mijn oproep in deze blog van eerder deze week is dat ik optimistisch rekening houd met de mogelijkheid dat het Commissariaat wil onderhandelen, zoals door de rechtbank geopperd; de open brief is realistischer.
=======================================================================
Update d.d. 18 november
Hieronder schrijf ik dat ik me al jaren met deze zaak heb beziggehouden. Ik ging er van uit dat een brief die ik hierover vijf jaar geleden aan het Commissariaat voor de Media had gestuurd, ook in mijn blog stond en dus openbaar was. Dat was niet het geval, daarom heb ik deze nog alsnog in m'n blog opgenomen.
=======================================================================
Verleden week ben ik naar de zitting van de rechtbank in de zaak Commissariaat voor de Media tegen de BUN. Op de publieke tribune, o.a. samen met mensen van *OpenBoeddhisme* ( hier een opiniërend verslag ) en iemand van de VvB
Het gaat nog steeds (zie hier en hier en hier) om de € 50.000 aan omroepmiddelen die (volgens het CvdM) ten onrechte aan een onderzoek zijn besteed om te bepalen hoeveel boeddhisten Nederland telt; plus € 2.500 aan boete omdat de BUN deze daad heeft verricht.
Het probleem is dat het destijds de BOS is geweest die dit heeft gedaan en dat de BUN, zonder de feiten te kennen, daarin achteraf meegegaan is.
De zitting is geschorst nadat beide partijen gebruik hebben gemaakt van de aangeboden mogelijkheid, nog eens met elkaar te overleggen of oplossing buiten de rechtbank mogelijk is.
De BUN heeft er geluk bij gehad dat deze mogelijkheid is geopperd en het CvdM die niet meteen heeft afgewezen; in de jaren dat ik me met deze zaak heb beziggehouden ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat het CvdM gelijk heeft, of ik dat nu leuk vind of niet.
Van de zaken die me daar in Amsterdam opvielen, wil ik er eerst twee noemen:
* De voorzitter van de BUN (dhr. Ritman) benadrukte dat wat de BUN vooral zo pijnlijk treft, is dat ze als organisatie die onrechtmatig heeft gehandeld, wordt beschouwd; hij benadrukte de goede trouw van de BUN.
* De advocaat van het CvdM die duidelijk maakte dat het Commissariaat moet handhaven, en dan dus niet een béétje kan handhaven. Dat betrof met name de terugvordering, in de bepaling van de boete (nu € 2.500) is het CvdM relatief vrij.
Deze twee zaken combinerend komt ik tot de volgende suggestie:
De onderhandelingen BUN-CvdM moet zo gaan dat uiteindelijk:
* Enerzijds de BUN zich neerlegt bij de terugbetaling van ten onrechte
uitgegeven omroepmiddelen;
* Anderzijds het Commissariaat de aan de BUN opgelegde boete wegens
de overtreding van de Mediawet van € 2.500 naar € 0 (nul Euro) verlaagt,
waarmee aan het probleem van de BUN-voorzitter tegemoet wordt gekomen.
Wat me verder op viel was - voor het eerst - de advocaat van de BUN (formeel dan, feitelijk was en is hij aangestuurd door de BOS, met name dhr. Mulder) zei dat het ‘zeer de vraag is of de terugvordering en boete onder de vrijwaring vallen'; een in de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS genoemde garantie. De BOS heeft in het verleden steeds verklaart dat zij i.p.v. de BUN gaat betalen, mocht de BUN onverhoopt (en niet verwacht) de zaak gaan verliezen. En de BUN is daar ook steeds van uit gegaan. Maar dat is nu onzekerder geworden: mag de BOS dat wel en wil ze het wel, nu BUN en BOS eind 2015 sowieso uit elkaar gaan?
Nog een signaal dat ik kreeg over de koelere relatie tussen BUN en BOS: het schijnt dat in het recente verleden het bestuur van de BUN een andere organisatie heeft gepolst, of die de omroeplicentie wilde uitvoeren in plaats van de BOS die steeds minder boeddhistisch programmeerde.
Hoe het ook zij: de ledenvergadering van de BUN aanstaande zaterdag 22 november heeft de BUN zo ongeveer de laatste kans de eigen verantwoordelijkheid te nemen in dit langslepende conflict, waarin de BUN door de BOS is meegesleept.
De ledenvergadering heeft nog een ander interessant punt op de agenda. Het kan - eindelijk - een beslissing gaan nemen om alsnog echt representatief voor het boeddhisme, dat is alle boeddhisten, te worden. Namelijk door beleid te gaan maken, de ongeorganiseerde (helaas soms genoemd 'ongebonden') boeddhist bij de BUN te betrekken.
Helaas kennen we de agenda niet en is de vergadering nog steeds niet openbaar; iets dat niet meer van deze tijd is.
=======================================================================
Update 20 november
OPEN BRIEF AAN DE LEDENVERGADERING VAN DE BOEDDHISTISCHE UNIE NEDERLAND, TE HOUDEN OP 22 NOVEMBER 2014 IN LOENEN
Beste lezers,
Het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) is in conflict met het Commissariaat voor de Media. Dit loopt uit de hand: de rechter komt eraan te pas. Het aanspannen van rechtszaken tegen overheidsinstanties en toezichthouders is niet iets waarmee het bestuur van een boeddhistische koepelorganisatie bezig moet zijn. De beeldvorming over het boeddhisme in Nederland loopt daardoor grote schade op.
Omdat de BUN het contactorgaan is voor de hele boeddhistische gemeenschap dienen bestuurders en leden steeds opnieuw bij zichzelf te rade te gaan. Ook nu: welk aandeel hebben zij in dit conflict? De afgelopen vijf jaar is de bestuurders en leden immers herhaaldelijk een spiegel voorgehouden.
In 2010 confronteerde de Belastingdienst de BUN met de ongewenste consequenties van de provisieregeling inzake de zogeheten ‘boeddhistenpolis’. In 2011 sloeg toenmalig BUN-voorzitter Richard de Jongh alarm over de gevolgen van het losweken van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) van de BUN. In 2012 maakte het Commissariaat voor de Media duidelijk dat onrechtmatig handelen door de BOS de BUN wordt aangerekend. Het wordt steeds duidelijker welke consequentie dit heeft: de BOS betaalde een (kwantitatief) achterbanonderzoek dat zij niet mocht betalen, de leden van de BUN krijgen daarvan de rekening gepresenteerd.
Eerdere signalen gaven het BUN-bestuur geen aanleiding de koers te wijzigen. Men ging door op ingeslagen weg en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds groter.
Bij de Rechtbank Amsterdam voert de BUN nu een rechtszaak tegen het Commissariaat voor de Media. Tegenover de meervoudige kamer verkondigden voorzitter Michael Ritman (BUN), directeur Laetitia Schoofs (BOS), oud-directeur Gertjan Mulder (BOS) en advocaat mr. Van Werven op 12 november 2014 namens de leden van de BUN opvattingen die feitelijk neerkomen op het tegenovergestelde van opvattingen die BUN- en BOSvertegenwoordigers in deze kwestie eerder verkondigden.
Hoe kan dit gebeuren? Hoe kan een boeddhistische organisatie zo in de problemen komen? Hoe kan de waarheid voor de BUN een bedreiging vormen? De huidige rechtszaak legt de kern van het probleem bloot: het bestuur en de leden van de BUN weigeren nog steeds verantwoordelijkheid te nemen voor instellingen die zij zelf hebben opgericht en waarvoor zij zelf aansprakelijk zijn.
Om de BOS te kunnen verwezenlijken definieerden het bestuur en de leden van de BUN hun aanhang vijftien jaar geleden zo dat het Commissariaat voor de Media deze als achterban zou accepteren. Hiermee heeft de BUN, juist omdat zij in daarin slaagde, de indruk gewekt waaraan zij nu wordt gehouden—ook door de rechter.
Er kan geen twijfel over bestaan: het gewraakte achterbanonderzoek richtte zich van meet af aan op het opnieuw vaststellen van de omvang van deze achterban, opdat het Commissariaat voor de Media de BUN meer zendtijd zou toewijzen.
De leden hebben zich door opeenvolgende BUN- en BOS-bestuurders ten onrechte wijs laten maken dat zij zichzelf door het sluiten van een overeenkomst van elke wettelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de BOS zouden kunnen ontslaan, en zichzelf zouden kunnen vrijwaren van elk financieel risico. Dat is een mythe waarvoor de leden uiteindelijk de rekening zullen moeten betalen.
Een van de betekenissen van het boeddhistische begrip dhamma of dharma is: de feiten zien zoals ze zijn. De negatieve beeldvorming waartoe de rechtszaak tussen de BUN en het Commissariaat voor de Media aanleiding geeft raakt ook boeddhisten die daaraan part noch deel hebben. Daarom roepen wij de leden op tijdens de algemene ledenvergadering van 22 november 2014 de feiten onder ogen te zien en het volgende te besluiten:
Staak de rechtszaak;
geef de gemaakte fouten openlijk toe; en
accepteer de consequenties.
De leden van de BUN kunnen tijdens deze ledenvergadering hun verantwoordelijkheid nemen en ingrijpen. Zij kunnen voorkomen dat de boeddhistische gemeenschap als geheel verder en blijvend beschadigd wordt en in de ogen van niet-boeddhisten haar geloofwaardigheid en aanzien verliest.
Met vriendelijke groet,
prof. Henk Barendregt
Mirjam Bosman
Rob van Eijk
prof. Joest ’t Hart, oud-bestuurslid BUN
Rob Hogendoorn
Richard de Jongh, oud-voorzitter BUN
prof. Ton van der Laaken
Marijke Lassche, oud-bestuurslid BUN
prof. Johan Niezing, oud-voorzitter BUN, oud-bestuurslid BOS
Joop Romeijn, oud-bestuurslid SVB, oud-lid BUN werkgroep geëngageerd boeddhisme
Eric Stols
Louwrien Wijers, oud-lid Participatieraad BOS
John Willemsens, voorzitter Advayavada Stichting
Aanstaande zaterdag, 22 november, houdt de Boeddhistische Unie Nederland haar ledenvergadering. Waarschijnlijk komt ook de rechtszaak aan de orde tussen de BUN en het Commissariaat voor de Media, die haar heeft beboet. Een aantal boeddhisten vindt dat de BUN zichzelf en het boeddhisme schaadt met deze rechtszaak en heeft de ledenvergadering een 'Open brief' geschreven.
Deze heb ik onderaan deze blogtekst integraal weergegeven.
Het verschil tussen de oproep in deze brief (die ik medeondertekend heb) en mijn oproep in deze blog van eerder deze week is dat ik optimistisch rekening houd met de mogelijkheid dat het Commissariaat wil onderhandelen, zoals door de rechtbank geopperd; de open brief is realistischer.
=======================================================================
Update d.d. 18 november
Hieronder schrijf ik dat ik me al jaren met deze zaak heb beziggehouden. Ik ging er van uit dat een brief die ik hierover vijf jaar geleden aan het Commissariaat voor de Media had gestuurd, ook in mijn blog stond en dus openbaar was. Dat was niet het geval, daarom heb ik deze nog alsnog in m'n blog opgenomen.
=======================================================================
Verleden week ben ik naar de zitting van de rechtbank in de zaak Commissariaat voor de Media tegen de BUN. Op de publieke tribune, o.a. samen met mensen van *OpenBoeddhisme* ( hier een opiniërend verslag ) en iemand van de VvB
Het gaat nog steeds (zie hier en hier en hier) om de € 50.000 aan omroepmiddelen die (volgens het CvdM) ten onrechte aan een onderzoek zijn besteed om te bepalen hoeveel boeddhisten Nederland telt; plus € 2.500 aan boete omdat de BUN deze daad heeft verricht.
Het probleem is dat het destijds de BOS is geweest die dit heeft gedaan en dat de BUN, zonder de feiten te kennen, daarin achteraf meegegaan is.
De zitting is geschorst nadat beide partijen gebruik hebben gemaakt van de aangeboden mogelijkheid, nog eens met elkaar te overleggen of oplossing buiten de rechtbank mogelijk is.
De BUN heeft er geluk bij gehad dat deze mogelijkheid is geopperd en het CvdM die niet meteen heeft afgewezen; in de jaren dat ik me met deze zaak heb beziggehouden ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat het CvdM gelijk heeft, of ik dat nu leuk vind of niet.
Van de zaken die me daar in Amsterdam opvielen, wil ik er eerst twee noemen:
* De voorzitter van de BUN (dhr. Ritman) benadrukte dat wat de BUN vooral zo pijnlijk treft, is dat ze als organisatie die onrechtmatig heeft gehandeld, wordt beschouwd; hij benadrukte de goede trouw van de BUN.
* De advocaat van het CvdM die duidelijk maakte dat het Commissariaat moet handhaven, en dan dus niet een béétje kan handhaven. Dat betrof met name de terugvordering, in de bepaling van de boete (nu € 2.500) is het CvdM relatief vrij.
Deze twee zaken combinerend komt ik tot de volgende suggestie:
De onderhandelingen BUN-CvdM moet zo gaan dat uiteindelijk:
* Enerzijds de BUN zich neerlegt bij de terugbetaling van ten onrechte
uitgegeven omroepmiddelen;
* Anderzijds het Commissariaat de aan de BUN opgelegde boete wegens
de overtreding van de Mediawet van € 2.500 naar € 0 (nul Euro) verlaagt,
waarmee aan het probleem van de BUN-voorzitter tegemoet wordt gekomen.
Wat me verder op viel was - voor het eerst - de advocaat van de BUN (formeel dan, feitelijk was en is hij aangestuurd door de BOS, met name dhr. Mulder) zei dat het ‘zeer de vraag is of de terugvordering en boete onder de vrijwaring vallen'; een in de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS genoemde garantie. De BOS heeft in het verleden steeds verklaart dat zij i.p.v. de BUN gaat betalen, mocht de BUN onverhoopt (en niet verwacht) de zaak gaan verliezen. En de BUN is daar ook steeds van uit gegaan. Maar dat is nu onzekerder geworden: mag de BOS dat wel en wil ze het wel, nu BUN en BOS eind 2015 sowieso uit elkaar gaan?
Nog een signaal dat ik kreeg over de koelere relatie tussen BUN en BOS: het schijnt dat in het recente verleden het bestuur van de BUN een andere organisatie heeft gepolst, of die de omroeplicentie wilde uitvoeren in plaats van de BOS die steeds minder boeddhistisch programmeerde.
Hoe het ook zij: de ledenvergadering van de BUN aanstaande zaterdag 22 november heeft de BUN zo ongeveer de laatste kans de eigen verantwoordelijkheid te nemen in dit langslepende conflict, waarin de BUN door de BOS is meegesleept.
De ledenvergadering heeft nog een ander interessant punt op de agenda. Het kan - eindelijk - een beslissing gaan nemen om alsnog echt representatief voor het boeddhisme, dat is alle boeddhisten, te worden. Namelijk door beleid te gaan maken, de ongeorganiseerde (helaas soms genoemd 'ongebonden') boeddhist bij de BUN te betrekken.
Helaas kennen we de agenda niet en is de vergadering nog steeds niet openbaar; iets dat niet meer van deze tijd is.
=======================================================================
Update 20 november
OPEN BRIEF AAN DE LEDENVERGADERING VAN DE BOEDDHISTISCHE UNIE NEDERLAND, TE HOUDEN OP 22 NOVEMBER 2014 IN LOENEN
19 november 2014
Beste lezers,
Het bestuur van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) is in conflict met het Commissariaat voor de Media. Dit loopt uit de hand: de rechter komt eraan te pas. Het aanspannen van rechtszaken tegen overheidsinstanties en toezichthouders is niet iets waarmee het bestuur van een boeddhistische koepelorganisatie bezig moet zijn. De beeldvorming over het boeddhisme in Nederland loopt daardoor grote schade op.
Omdat de BUN het contactorgaan is voor de hele boeddhistische gemeenschap dienen bestuurders en leden steeds opnieuw bij zichzelf te rade te gaan. Ook nu: welk aandeel hebben zij in dit conflict? De afgelopen vijf jaar is de bestuurders en leden immers herhaaldelijk een spiegel voorgehouden.
In 2010 confronteerde de Belastingdienst de BUN met de ongewenste consequenties van de provisieregeling inzake de zogeheten ‘boeddhistenpolis’. In 2011 sloeg toenmalig BUN-voorzitter Richard de Jongh alarm over de gevolgen van het losweken van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) van de BUN. In 2012 maakte het Commissariaat voor de Media duidelijk dat onrechtmatig handelen door de BOS de BUN wordt aangerekend. Het wordt steeds duidelijker welke consequentie dit heeft: de BOS betaalde een (kwantitatief) achterbanonderzoek dat zij niet mocht betalen, de leden van de BUN krijgen daarvan de rekening gepresenteerd.
Eerdere signalen gaven het BUN-bestuur geen aanleiding de koers te wijzigen. Men ging door op ingeslagen weg en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds groter.
Bij de Rechtbank Amsterdam voert de BUN nu een rechtszaak tegen het Commissariaat voor de Media. Tegenover de meervoudige kamer verkondigden voorzitter Michael Ritman (BUN), directeur Laetitia Schoofs (BOS), oud-directeur Gertjan Mulder (BOS) en advocaat mr. Van Werven op 12 november 2014 namens de leden van de BUN opvattingen die feitelijk neerkomen op het tegenovergestelde van opvattingen die BUN- en BOSvertegenwoordigers in deze kwestie eerder verkondigden.
Hoe kan dit gebeuren? Hoe kan een boeddhistische organisatie zo in de problemen komen? Hoe kan de waarheid voor de BUN een bedreiging vormen? De huidige rechtszaak legt de kern van het probleem bloot: het bestuur en de leden van de BUN weigeren nog steeds verantwoordelijkheid te nemen voor instellingen die zij zelf hebben opgericht en waarvoor zij zelf aansprakelijk zijn.
Om de BOS te kunnen verwezenlijken definieerden het bestuur en de leden van de BUN hun aanhang vijftien jaar geleden zo dat het Commissariaat voor de Media deze als achterban zou accepteren. Hiermee heeft de BUN, juist omdat zij in daarin slaagde, de indruk gewekt waaraan zij nu wordt gehouden—ook door de rechter.
Er kan geen twijfel over bestaan: het gewraakte achterbanonderzoek richtte zich van meet af aan op het opnieuw vaststellen van de omvang van deze achterban, opdat het Commissariaat voor de Media de BUN meer zendtijd zou toewijzen.
De leden hebben zich door opeenvolgende BUN- en BOS-bestuurders ten onrechte wijs laten maken dat zij zichzelf door het sluiten van een overeenkomst van elke wettelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de BOS zouden kunnen ontslaan, en zichzelf zouden kunnen vrijwaren van elk financieel risico. Dat is een mythe waarvoor de leden uiteindelijk de rekening zullen moeten betalen.
Een van de betekenissen van het boeddhistische begrip dhamma of dharma is: de feiten zien zoals ze zijn. De negatieve beeldvorming waartoe de rechtszaak tussen de BUN en het Commissariaat voor de Media aanleiding geeft raakt ook boeddhisten die daaraan part noch deel hebben. Daarom roepen wij de leden op tijdens de algemene ledenvergadering van 22 november 2014 de feiten onder ogen te zien en het volgende te besluiten:
Staak de rechtszaak;
geef de gemaakte fouten openlijk toe; en
accepteer de consequenties.
De leden van de BUN kunnen tijdens deze ledenvergadering hun verantwoordelijkheid nemen en ingrijpen. Zij kunnen voorkomen dat de boeddhistische gemeenschap als geheel verder en blijvend beschadigd wordt en in de ogen van niet-boeddhisten haar geloofwaardigheid en aanzien verliest.
Met vriendelijke groet,
prof. Henk Barendregt
Mirjam Bosman
Rob van Eijk
prof. Joest ’t Hart, oud-bestuurslid BUN
Rob Hogendoorn
Richard de Jongh, oud-voorzitter BUN
prof. Ton van der Laaken
Marijke Lassche, oud-bestuurslid BUN
prof. Johan Niezing, oud-voorzitter BUN, oud-bestuurslid BOS
Joop Romeijn, oud-bestuurslid SVB, oud-lid BUN werkgroep geëngageerd boeddhisme
Eric Stols
Louwrien Wijers, oud-lid Participatieraad BOS
John Willemsens, voorzitter Advayavada Stichting
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
BUN,
overheid,
wetenschap
maandag 20 oktober 2014
Nederlands boeddhisme en bescheidenheid, een lastige combinatie - vooral voor sommige BUNners - En nieuws over de rechtszaak BUN versus CvdM
"In Nederland wonen ongeveer 50.000 volwassenen die zeggen boeddhist te zijn. Dat blijkt uit cijfers van de in september 2014 gepubliceerde Religieuze kaart van Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)." Aldus het Boeddhistisch Dagblad op 17 oktober .
In welk absoluut aantal het door het CBS vermeldde percentage van viertiende procent precies omgezet moet worden, is wat lastig, maar die 50.000 lijkt me heel waarschijnlijk; mijn rekensom verleden week kwam op 65.000 uit maar had ook de 0- 18 jarigen meegerekend.
De discussie over het aantal boeddhisten in Nederland is oud, èn verhit.
Omdat het om belangen gaat.
Met name de BOS (en de BUN als volgeling van de BOS) heeft het aantal steeds veel te hoog voorgesteld, omdat dat meer zendtijd voor radio en t.v. op zou leveren. In 2009 werd het hoogtepunt bereikt met een zogenaamd resultaat van 900.000 boeddhisten. Dat werd toen door geen zinnig persoon serieus genomen en sindsdien ook niet meer door BOSsers en BUNners.
Het gewraakte onderzoeksrapport is lange tijd formeel vertrouwelijk geweest, maar was meteen in 2009 bekend geworden; uiteindelijk heeft de BOS het gepubliceerd: zie hier en hier
Het rapport was een bijlage bij de licentie-aanvraag zelf, hieronder de beslissende pagina van deze aanvraag waaruit duidelijk wordt dat het onderzoek bedoeld was de aanvraag te onderbouwen. (Klikken om te vergroten)
Het is dit onderzoek geweest waar dit zogenaamde resultaat uit kwam, dat al een paar jaar de BUN achtervolgt, omdat het Commissariaat voor de Media (CvdM) vond dat de BOS dit onderzoek niet uit omroepmiddelen had mogen betalen. Logisch was geweest dat de BUN, die de omroeplicentie had aangevraagd, dit net als andere aanvragers uit eigen middelen had betaald.
Formeel is de BUN hiervoor aansprakelijk want die heeft de omroeplicentie gevraagd en begin 2010 gekregen, de BOS is een soort minderjarig kind van de BUN.
Het CvdM heeft de BUN aangeslagen voor terugbetalen van € 50.0000 omroepgeld plus een boete van € 2.500 opgelegd.
Sindsdien is daar veel over geschreven, in mijn blog (bv 15 juni 2012 ) en *OpenBoeddhisme* .
(PS: sommige links naar de CvdM-website werken niet meer, daarom hier een nieuwe over hun besluit van 13 december 2012 waarin ook de geschiedenis ervan beschreven wordt: 'Beslissing op bezwaar'
Update 27 oktober: het besluit is niet dec 2012 maar maart 2013 gedateerd)
De website van de BUN bevat al ruim twee jaar lang dezelfde informatie op de nieuwspagina:
"Boete BUN van Commissariaat van de media
Zoals op de ALV van 9 juni jl. 2012 bekend is gemaakt en het Boeddhistisch Dagblad twee dagen later heeft gepubliceerd, heeft het Commissariaat van de Media de BUN een boete van 2.500 Euro opgelegd. Ook stelt het CvdM dat de BUN € 50.000 moet terugbetalen van de € 81.749 die de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) in 2009 heeft uitgegeven aan een onderzoek naar de omvang van de achterban.
BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni [2012] een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid." Bron: hier .
Die laatste zin betekent: als de BUN al zou moeten (terug)betalen, dan gaat de BOS dat voor hen doen.
BUN en BOS gaan er daar dan bij van uit dat de BOS dat mag doen van het CvdM (de BOS zou dat dan uit omroepmiddelen, dus publiek geld, doen)
En of de BOS dat wel kan doen. Want als de rechtszaak nog langer dan de afgelopen twee jaar wordt getraineerd, dan is de BOS - per 31 december 2015 - opgeheven en kunnen ze niet meer betalen.
Tenzij ze de opbrengst van de huidige actie om 'Vriend van de BOS' te worden, hiervoor gaan gebruiken (die actie met die lelijke kleuren waar het Bardo-begrip onjuist in gebruikt wordt en de bestemming van het geld onduidelijk blijft).
Misschien kiest de BUN toch eieren voor haar geld, want de rechtszaak gaat binnenkort eindelijk plaatsvinden. Nieuws dat ik heb van de redactie van *OpenBoeddhisme*.
Namelijk op woensdag 12 november om 10.00 uur bij de Meervoudige Kamer van de Rechtbank Amsterdam.
Het zou mooi zijn - ook voor de BUN-leden die misschien wel mee moeten gaan betalen - als de uitspraak nog voor de Algemene Ledenvergadering van 22 november bekend wordt. Want als het erna komt, blijft het vast onzichtbaar; het nieuws van de zittingsdatum hebben BUN of BOS ook niet zelf bekend gemaakt.
Dit als achtergrond voor een koddige discussie deze week in het BoeddhistischDagblad.
Tussen ene Budasa Samsara die ik niet ken en Ujukarin, die ik maar al te goed ken, omdat hij al jaren iedereen die kritiek heeft op de BUN verwijt 'onzuiver te spreken', daarmee voorschriften van de Boeddha overtredend. Ujukarin maakte en maakt elke discussie over het georganiseerde boeddhisme al jaren onmogelijk.
"Budasa Samsara zegt:
19 oktober 2014 om 14:03
België: 11.000.000 inwoners > 29.500 “boeddhisten”
Nederland: 17.000.00 inwoners > 50.000 “boeddhisten”
De bevolking van NL gesteld op 154% Belgische bevolking, laat zien dat de uitkomst van het CBS vrij accuraat is (had ong. 45.500 moeten zijn).
Laat ons gewoon eerlijk zijn: de dharma leeft niet echt in Nederland. En dat hoeft ook niet. Tenminste, niet voor de dharma.
Natuurlijk zijn er allerlei “belanghebbenden”: BUN, BOS, BZI die nood hebben aan krankzinnig en onrealistisch opgeschroefde getallen . Hun geloofwaardigheid en bestaansrecht hangen daarvan af.
Nu heeft de BZI (plus de uit de lucht gegrepen ambtsopleiding bgv) al helemaal geen geloofwaardigheid. Dat komt echter door geheel andere oorzaken dan enkel demografie.
BUN en BOS zouden er goed aan doen om eens eerlijk in de spiegel te kijken. Wellicht zien zij dan in dat zij vrijwel geen bestaansrecht/geloofwaardigheid hebben. De groep “boeddhisten” in Nederland is verwaarloosbaar. Echter, zulk inzicht vergt eerlijke introspectie en het loslaten van hebzucht-aversie-versluiering. Deze drie zijn juist de oorzaak van het ontstaan en bestaan van BUN, BOS en BZI.
Er is voor de beoefening van de dharma -voor het pad leidend tot ontwaken- geen centraal gezag nodig, anders dan de dharma zelf.
Lees even de laatste woorden die de Boeddha sprak voordat hij overleed. Het lijkt mij goed in te zien dat hij -op zo’n belangrijk moment in zijn leven- een aantal andere aspecten belangrijker had kunnen achten. Hij deed dat echter niet.
Geachte Bunners, Bossers en Bézètiërs en andere “boeddhistische” voor-zichzelf-zorgers: ga terug naar de dharma en schaam je: jullie pretentie en opgeblazen ego staat in geen enkele verhouding tot de werkelijke grootte van de groep mensen die jullie ‘bedienen’. Zie dat in en hef jezelf vervolgens op. Zo snel mogelijk, graag. Grote dank.
Ujukarin zegt:
19 oktober 2014 om 20:50
Hmmm…. ik kan je slechts aanraden om eens goed naar de Spraakvoorschriften te kijken, zoals bijvoorbeeld in de Abhaya Soetra. Als je DAAR nu eens een voorbeeld aan zou nemen inplaats van een niet onaanzienlijk stuk toch wel lichtelijk beschamende negativiteit te ventileren dan liet je misschien enige ruimte voor discussie :-(
With folded palms, " Bron: BD 18 en 19 oktober
=======================================================================
Inmiddels heb ik van twee BUN-leden een reactie gekregen op mijn voorstel 'Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische Tradities' van 25 augustus
Eén reactie was positief, een ander vond het 'niet erg realistisch'.
Het bestuur van de BUN meldde me, het op hun bestuursvergadering te hebben besproken en schreven verder dat het rapport van de werkgroep Verboom hierover op de agenda van de ALV van 22 november staat.
In feite is het huidige gebakkelei over Dorje Shugden (zie, alweer, Ujukarin ) ook een ondersteuning voor mijn voorstel: ik zet de voor- en tegenstanders op gepaste afstand van elkaar.
In welk absoluut aantal het door het CBS vermeldde percentage van viertiende procent precies omgezet moet worden, is wat lastig, maar die 50.000 lijkt me heel waarschijnlijk; mijn rekensom verleden week kwam op 65.000 uit maar had ook de 0- 18 jarigen meegerekend.
De discussie over het aantal boeddhisten in Nederland is oud, èn verhit.
Omdat het om belangen gaat.
Met name de BOS (en de BUN als volgeling van de BOS) heeft het aantal steeds veel te hoog voorgesteld, omdat dat meer zendtijd voor radio en t.v. op zou leveren. In 2009 werd het hoogtepunt bereikt met een zogenaamd resultaat van 900.000 boeddhisten. Dat werd toen door geen zinnig persoon serieus genomen en sindsdien ook niet meer door BOSsers en BUNners.
Het gewraakte onderzoeksrapport is lange tijd formeel vertrouwelijk geweest, maar was meteen in 2009 bekend geworden; uiteindelijk heeft de BOS het gepubliceerd: zie hier en hier
Het rapport was een bijlage bij de licentie-aanvraag zelf, hieronder de beslissende pagina van deze aanvraag waaruit duidelijk wordt dat het onderzoek bedoeld was de aanvraag te onderbouwen. (Klikken om te vergroten)
Het is dit onderzoek geweest waar dit zogenaamde resultaat uit kwam, dat al een paar jaar de BUN achtervolgt, omdat het Commissariaat voor de Media (CvdM) vond dat de BOS dit onderzoek niet uit omroepmiddelen had mogen betalen. Logisch was geweest dat de BUN, die de omroeplicentie had aangevraagd, dit net als andere aanvragers uit eigen middelen had betaald.
Formeel is de BUN hiervoor aansprakelijk want die heeft de omroeplicentie gevraagd en begin 2010 gekregen, de BOS is een soort minderjarig kind van de BUN.
Het CvdM heeft de BUN aangeslagen voor terugbetalen van € 50.0000 omroepgeld plus een boete van € 2.500 opgelegd.
Sindsdien is daar veel over geschreven, in mijn blog (bv 15 juni 2012 ) en *OpenBoeddhisme* .
(PS: sommige links naar de CvdM-website werken niet meer, daarom hier een nieuwe over hun besluit van 13 december 2012 waarin ook de geschiedenis ervan beschreven wordt: 'Beslissing op bezwaar'
Update 27 oktober: het besluit is niet dec 2012 maar maart 2013 gedateerd)
De website van de BUN bevat al ruim twee jaar lang dezelfde informatie op de nieuwspagina:
"Boete BUN van Commissariaat van de media
Zoals op de ALV van 9 juni jl. 2012 bekend is gemaakt en het Boeddhistisch Dagblad twee dagen later heeft gepubliceerd, heeft het Commissariaat van de Media de BUN een boete van 2.500 Euro opgelegd. Ook stelt het CvdM dat de BUN € 50.000 moet terugbetalen van de € 81.749 die de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) in 2009 heeft uitgegeven aan een onderzoek naar de omvang van de achterban.
BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni [2012] een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid." Bron: hier .
Die laatste zin betekent: als de BUN al zou moeten (terug)betalen, dan gaat de BOS dat voor hen doen.
BUN en BOS gaan er daar dan bij van uit dat de BOS dat mag doen van het CvdM (de BOS zou dat dan uit omroepmiddelen, dus publiek geld, doen)
En of de BOS dat wel kan doen. Want als de rechtszaak nog langer dan de afgelopen twee jaar wordt getraineerd, dan is de BOS - per 31 december 2015 - opgeheven en kunnen ze niet meer betalen.
Tenzij ze de opbrengst van de huidige actie om 'Vriend van de BOS' te worden, hiervoor gaan gebruiken (die actie met die lelijke kleuren waar het Bardo-begrip onjuist in gebruikt wordt en de bestemming van het geld onduidelijk blijft).
Misschien kiest de BUN toch eieren voor haar geld, want de rechtszaak gaat binnenkort eindelijk plaatsvinden. Nieuws dat ik heb van de redactie van *OpenBoeddhisme*.
Namelijk op woensdag 12 november om 10.00 uur bij de Meervoudige Kamer van de Rechtbank Amsterdam.
Het zou mooi zijn - ook voor de BUN-leden die misschien wel mee moeten gaan betalen - als de uitspraak nog voor de Algemene Ledenvergadering van 22 november bekend wordt. Want als het erna komt, blijft het vast onzichtbaar; het nieuws van de zittingsdatum hebben BUN of BOS ook niet zelf bekend gemaakt.
Dit als achtergrond voor een koddige discussie deze week in het BoeddhistischDagblad.
Tussen ene Budasa Samsara die ik niet ken en Ujukarin, die ik maar al te goed ken, omdat hij al jaren iedereen die kritiek heeft op de BUN verwijt 'onzuiver te spreken', daarmee voorschriften van de Boeddha overtredend. Ujukarin maakte en maakt elke discussie over het georganiseerde boeddhisme al jaren onmogelijk.
"Budasa Samsara zegt:
19 oktober 2014 om 14:03
België: 11.000.000 inwoners > 29.500 “boeddhisten”
Nederland: 17.000.00 inwoners > 50.000 “boeddhisten”
De bevolking van NL gesteld op 154% Belgische bevolking, laat zien dat de uitkomst van het CBS vrij accuraat is (had ong. 45.500 moeten zijn).
Laat ons gewoon eerlijk zijn: de dharma leeft niet echt in Nederland. En dat hoeft ook niet. Tenminste, niet voor de dharma.
Natuurlijk zijn er allerlei “belanghebbenden”: BUN, BOS, BZI die nood hebben aan krankzinnig en onrealistisch opgeschroefde getallen . Hun geloofwaardigheid en bestaansrecht hangen daarvan af.
Nu heeft de BZI (plus de uit de lucht gegrepen ambtsopleiding bgv) al helemaal geen geloofwaardigheid. Dat komt echter door geheel andere oorzaken dan enkel demografie.
BUN en BOS zouden er goed aan doen om eens eerlijk in de spiegel te kijken. Wellicht zien zij dan in dat zij vrijwel geen bestaansrecht/geloofwaardigheid hebben. De groep “boeddhisten” in Nederland is verwaarloosbaar. Echter, zulk inzicht vergt eerlijke introspectie en het loslaten van hebzucht-aversie-versluiering. Deze drie zijn juist de oorzaak van het ontstaan en bestaan van BUN, BOS en BZI.
Er is voor de beoefening van de dharma -voor het pad leidend tot ontwaken- geen centraal gezag nodig, anders dan de dharma zelf.
Lees even de laatste woorden die de Boeddha sprak voordat hij overleed. Het lijkt mij goed in te zien dat hij -op zo’n belangrijk moment in zijn leven- een aantal andere aspecten belangrijker had kunnen achten. Hij deed dat echter niet.
Geachte Bunners, Bossers en Bézètiërs en andere “boeddhistische” voor-zichzelf-zorgers: ga terug naar de dharma en schaam je: jullie pretentie en opgeblazen ego staat in geen enkele verhouding tot de werkelijke grootte van de groep mensen die jullie ‘bedienen’. Zie dat in en hef jezelf vervolgens op. Zo snel mogelijk, graag. Grote dank.
Ujukarin zegt:
19 oktober 2014 om 20:50
Hmmm…. ik kan je slechts aanraden om eens goed naar de Spraakvoorschriften te kijken, zoals bijvoorbeeld in de Abhaya Soetra. Als je DAAR nu eens een voorbeeld aan zou nemen inplaats van een niet onaanzienlijk stuk toch wel lichtelijk beschamende negativiteit te ventileren dan liet je misschien enige ruimte voor discussie :-(
With folded palms, " Bron: BD 18 en 19 oktober
=======================================================================
Inmiddels heb ik van twee BUN-leden een reactie gekregen op mijn voorstel 'Maak van de BUN een Federatie van Boeddhistische Tradities' van 25 augustus
Eén reactie was positief, een ander vond het 'niet erg realistisch'.
Het bestuur van de BUN meldde me, het op hun bestuursvergadering te hebben besproken en schreven verder dat het rapport van de werkgroep Verboom hierover op de agenda van de ALV van 22 november staat.
In feite is het huidige gebakkelei over Dorje Shugden (zie, alweer, Ujukarin ) ook een ondersteuning voor mijn voorstel: ik zet de voor- en tegenstanders op gepaste afstand van elkaar.
Labels:
BOS,
BUN,
ethiek,
geëngageerd boeddhisme,
overheid
donderdag 16 oktober 2014
De boeddhistische journalistiek in Nederland is alleen maar minder geworden – Valt er nog wel wat te rapporteren ? – En nieuws over *OpenBoeddhisme*
Af en toe gebeurt er iets in boeddhistisch Nederland
Gebeurtenissen zijn er in soorten en maten. Ik noem een aantal soorten
- De jaarlijkse seizoenstart na het zomerreces van lokale sangha's,
met meer of juist minder deelnemers van het voorafgaande jaar;
- Bijzondere gebeurtenissen in deze sangha's: positieve maar ook negatieve;
- Het leven van gewone (zonder interessant creatief beroep of ziekte of levensloop)
ongeorganiseerde boeddhisten. Hoe beoefenen ze: in hun gevoel / hun hoofd / op
kussentje, alleen of met vrienden, voor anderen herkenbaar of onzichtbaar etc?
- Het ontstaan van nieuwe organisaties, groepen of sangha's;
- De start van nieuwe leraren, of het stoppen door leraren; met de waarom-vraag;
- De Boeddhadag van de BOS; die van een paar weken geleden met Bernie Glassman
over transformatie van het boeddhisme in het Westen en een paneldiscussie over
de functie van media in tijden van transitie (de BOS in Bardo noemen ze het zelf)
- Bezoeken van bekende buitenlandse leraren zoals de Dalai Lama
en andere rinpoches en roshi's;
- Unieke gebeurtenissen, zoals de start van de ambtsopleiding boeddhistisch
geestelijk verzorger bij de VU;
- Ledenvergaderingen van de BUN, waar vroeger naar toegeleefd werd omdat er beleid ontstond.
En andere thema's die vooral om nieuwsgierigheid vragen.
Daarnaast is er de analyse van en reflectie op deze gebeurtenissen, in historisch perspectief: wat is er de laatste vijf of tien jaar veranderd?
Op een ander niveau zijn er speciale thema's zoals de rol van de vrouw, ook als monnik en leraar, boeddhisme en commercie, seksueel wangedrag van leraren etc. Thema's die om onderzoeksjournalistiek vragen.
Bredere, in zekere zin filosofische, vragen zoals: groeien allochtoon boeddhisme en autochtoon boeddhisme naar elkaar toe of juist uit elkaar; bevordert het boeddhisme de maatschappelijke integratie in Nederland? Wat kan de bijdrage aan het interreligieuze debat zijn, wat heeft het Boeddhisme bijvoorbeeld met de Islam?
=======================================================================
Die gebeurtenissen waren er ook het afgelopen jaar.
Of dat er meer of minder waren dan tien jaar geleden, is moeilijk te bepalen, mijn vermoeden is: minder.
Het opvallende is echter dat vrijwel geen ervan aandacht heeft gekregen in wat
'de boeddhistische journalistiek' genoemd kan worden.
Dat geldt ook de meer reflecterende of beschouwelijke journalistieke artikelen over wat zich in boeddhistisch Nederland afspeelt. Zulke analyses ontbreken vrijwel.
Wat mij bijvoorbeeld ontzettend heeft verbaasd was het grote verschil in aandacht voorafgaand aan het bezoek van de Dalai Lama aan Nederland en achteraf. Na dit bezoek had vrijwel niemand het er meer over; op initiatief van mij heeft op LinkedIn nog enige evaluerende gedachtewisseling plaatsgevonden; zie ook mijn blog van 1 juni .
Ditzelfde geldt de vrijwel ontbrekende boeddhistische onderzoeksjournalistiek, een artikel als openboeddhisme.nl/penningmeester-vipassana-nederland-en-sangha-metta-stapt-op , dat alleen kan ontstaan door te spitten, is uitzonderlijk.
Een buitenstaander, geïnteresseerd in wat er hier gebeurt, kan met geen mogelijkheid een serieus beeld krijgen van wat het boeddhisme in Nederland betekent.
Minstens zo opvallend is dat de boeddhistische beoefenaars zelf kennelijk nauwelijks interesse hebben in nieuws over en reflectie op de ontwikkelingen van hun filosofie/religie/praktijk in Nederland.
Of zouden ze dat wel hebben als het op een bij hen aansluitende wijze wordt gebracht?
=======================================================================
In het midden van dit betoog past de opmerking dat een andere functie van de media kan zijn:
het brengen van de Dharma. Ook bij deze functie is de vraag of de media er aan doen.
* Sommigen brengen hun variant van de Dharma en zien dat bij uitstek als
hun taak, meer dan het brengen van nieuws of nieuwsanalyse, bv Jampa;
* Anderen willen het wel maar zijn te zeer gericht op 'human interest' om het te doen;
* Niet alle hieronder genoemden zullen echter deze functie als hun taak zien.
=======================================================================
Met een impliciete en ruime definitie van wat 'boeddhistische journalistiek' genoemd kan worden, laat ik de meest actieve spelers de revue passeren.
"Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk geëngageerd journalistiek web magazine. De samenstellers vergaren en duiden op een betrokken en frisse manier nieuws en achtergrond over boeddhistische thema’s en inzichten " Bron: Redactieformule BD
In het eerste jaar waren er nog wel rapportages en interviews; momenteel beperkt het BD zich vrijwel tot categorieën 'leuk' en 'gevoelig' en persberichten doorgeven. Als er al feitelijk over het reëel bestaande boeddhisme wordt geschreven, zijn dat activiteiten in het buitenland, met name Tibet en Vlaanderen (!) Van het Nederlandse front is er kennelijk geen nieuws. De lijntjes die de hoofdredacteur in het verleden had met boeddhistische bobo's (van BUN en BOS), lijken te zijn verdwenen; daarentegen schrijft hij (denk ik) onder een serie pseudoniemen melige series zoals sinds kort een boekenrubriek. Het anti-intellectualisme dat redactie en reagerende lezers nogal kenmerkt, bevordert niet bepaald de nieuwsgierigheid naar wat er echt aan de hand is of gebeurt.
*OpenBoeddhisme* - "is een onafhankelijk journalistiek webmagazine. Wij vergaren en duiden nieuws op het vlak van boeddhisme, en doen verslag van eigen onderzoek. .." ( OB Colofon )
Het is (of was) in feite het enige onderzoeksjournalistieke medium specifiek gericht op wat er in boeddhistisch Nederland gebeurt. Maar na een periode van stilte gaat dit veranderen, het wordt nog meer seculiere journalistiek:
"Nederlandse boeddhisten zijn bij *Open Boeddhisme* altijd welkom geweest. Maar, zij vormden nooit onze primaire doelgroep. Ons journalistiek werk is seculier van aard, en we richten ons op lezers die uit hoofde van hun functie met het boeddhisme in aanraking komen. Journalisten, wetenschappers, ambtenaren, toezichthouders, enzovoorts: hen gaven wij openheid van zaken. ...Wij werken ... hard aan een nieuw medium, dat zich richt op een nieuwe doelgroep, die door ons op een nieuwe manier wordt bediend. ... Ons netwerk, onze expertise en onze bevindingen op het vlak van boeddhisme zullen we blijven inzetten, in een andere gedaante. "
Aldus hun mede op mijn aandringen verschenen verklaring (voor de paar maanden stilte)
'Alles is vergankelijk en veranderlijk' (OB 15 oktober ). Toch wel jammer, want al is het boeddhistische wereldje nog zo klein, ik stel het wel op prijs dat de zaken hier stevig (een enkele keer te stevig) worden opgeschud. Wie moet nu nog ontdekken dat de penningmeester van twee clubs vertrekt omdat hij het oneens is met het bestuursbeleid? De besturen zelf niet ( OB 2 aug ).
Over de BOS-Radio heb ik jaren lang m'n waardering uitgesproken omdat ze (in tegenstelling tot de televisie van de BOS) wel echt over het boeddhisme in Nederland rapporteerden en er ook heen gingen. Helaas is dit onderdeel van de radioprogramma's steeds marginaler geworden (af en toe nog rond middernacht) en sinds 1 september geheel verdwenen. Ik begrijp niet waarom.
Zie m'n blog 'BOS radio nu ook geheel in het lieve-mensen-model' hierover.
Bodhitv is een website mogelijk gemaakt door de BOS. "Met Bodhitv willen we een plek creëren waar jongeren zelf videoitems maken en teksten schrijven over spiritualiteit en boeddhisme, gezien vanuit hun eigen belevingswereld." ( www.bodhitv.nl/algemeen/over-bodhitv )
In feite is dit wat te bescheiden, Bodhitv is (eenoog) nog journalistieker dan veel dan de hier genoemde media. De recente video www.bodhitv.nl/bodhitv/impressie-bright-now-festival is een voorbeeld van wat ik bedoel met: nieuwsgierig naar de gebeurtenis toegaan en rapporteren wat er gebeurt.
Overigens vind ik een doelgroepenbeleid 'alleen voor jongeren' niet zo nodig. Zo groot zijn de verschillen met beoefenaren op leeftijd niet.
BoeddhaMagazine, voorheen 'Vorm en Leegte', voorheen 'Kwartaalblad Boeddhisme' wordt verschillend gewaardeerd; ik wissel ook nog wel eens in m'n waardering. Nieuws bevat het zeer weinig (ook lastig gezien lage verschijnings-frequentie en lange productietijd) en reflectie op wat er in Nederland gebeurt weinig. Men wil er te graag een 'mensenblad' van maken, en helaas is mijn human interest nu juist weer beperkt.
De website (voorheen blog) Boeddhamagazine Online geeft informatie over het papieren tijdschrift maar nauwelijks aanvulling, geen nieuws, geen follow up of digitale langere versies van verschenen artikelen, geen podcasts. Waarschijnlijk door gebrek aan menskracht.
Blogs. Het aantal (met als criterium dat er dit jaar nog in is gepubliceerd) is beperkt. Het nieuws dat ze brengen (wat is er gebeurd) nog beperkter. Ik noem de blogs van
- Ron Sinnige; www.ronsinnige.nl ; na een periode van stilte sterk teruggekomen
- Jules Prast; http://blog.amidazen.nl/blog ; voor onbepaalde tijd gestopt;
- Katinka Hesselink; www.overpeinzende.nl ; het laatste jaar minder specifiek boeddhistisch
- en dat van mezelf; joopromeijn.blogspot.nl ; eventuele waardering laat ik aan anderen over.
Eerlijk gezegd is dat het, qua blogs. De site www.buddha-dharma.eu en http://whitejaderiver.wordpress.com van de Nederlandse non White Jade River bevat geen Nederlands nieuws, maar wel veel internationaal, vooral Aziatisch, boeddhistisch nieuws.
Verder zijn er websites van sangha's, individuele leraren of ZZP-ers en boeddhistische organisaties; zover die nieuws bevatten, gaat het over de eigen winkel. Een uitzondering is de website www.vriendenvanboeddhisme.nl die wel wat verder dan de eigen neus kijkt.
Universiteiten zouden in theorie ook een bijdrage kunnen leveren aan wat ik noem analyse van en reflectie op de gebeurtenissen in boeddhistisch Nederland. Het liefst in internationaal perspectief, zou ik er aan willen toe voegen. Van bachelor-scripties ten en met proefschriften is zoiets denkbaar. Er gebeurt waarschijnlijk meer dan ik weet, maar onderzoeken met openbare publicaties over wat er hier gebeurt, ken ik nauwelijks.
LinkedIn, Twitter en Facebook bevatten (zover ik er als niet-lid van weet) ook wel teksten van boeddhisten, maar hoewel het 'sociale media' heten, herken ik er geen boeddhistische journalistiek in.
Tenslotte de vraag of er nieuws of analyse over het boeddhisme in Nederland staat in algemene dagbladen, tijdschriften en websites ? Nauwelijks, ik kan tenminste niet een voorbeeld bedenken, behalve dan kortstondig over het bezoek van de Dalai Lama afgelopen mei.
=======================================================================
Misschien gebeurt er gewoon weinig in boeddhistisch Nederland
Weinig boeddhistische journalistiek dus. Toch betekent dat niet dat er een gat in de markt is.
Maar zelfs als mijn pessimisme klopt, zou er toch nog tenminste één artikel geschreven moeten worden en documentaire gemaakt: over de opkomst, groei en teloorgang van het boeddhisme in Nederland. Eerlijk gezegd geloof ik niet dat het al zo ver is, maar de richting is duidelijk.
Tenslotte zijn er volgens de nieuwste CBS-cijfers ook nog maar 65.00 boeddhisten in Nederland, waarvan tweederde er vrijwel nooit iets aan doet.
Update 19 oktober
Ik ben er op gewezen dat ik Simsara (papieren tijdschrift, met een paar maanden vertraging ook te vinden op www.simsara.nl/nieuwsbrief ) niet heb genoemd. Heb ik wel overwogen maar om twee redenen niet gedaan: het blad brengt vooral Dhamma en voor zover het nieuws brengt, is het in de categorie 'nieuws uit de eigen organisatie'.
In http://www.ronsinnige.nl/home/aan-alles meldt Ron Sinnige dat hij met deze blog stopt maar met www.geenzen.nl/nieuws (onderdeel van http://www.geenzen.nl/ ) doorgaat.
Er is - kennelijk al jaren lang - een Twitter account https://twitter.com/boeddhamedia met als naam Boeddhisme-nieuws. Ik heb geen idee welke persoon of organisatie hier achter zit.
Het heeft 3600 berichten verstuurd, nogal veel over de Dalai Lama, maar ook nieuwtjes uit Nederland en Vlaanderen. Wie?
zaterdag 9 augustus 2014
Een andere ervaring en de vraag: is dit mijn sangha ?
De komende tijd zal ik - deels opgedrongen door een onaangename realiteit - wat meer over het beoefenen van 'vipassana-meditatie ' schrijven en over de organisatie daarvan in Nederland.
Als aanloop een citaat uit het boek 'Verlichting in een lege verpakking '
door Paul van der Sterren. Zie zijn boek op z'n website
Van de website van de uitgever (Samsara) van dit boek neem ik dit citaat van van der Sterren over:
" Het huis van de boeddha
Een stille steeg in het centrum van Amsterdam. Een smalle deur, bekroond met een Aziatisch ogende versiering, die door een onzichtbare hand geopend wordt als je op de bel drukt. Een steile trap, die doorloopt naar de tweede verdieping, met halverwege een klein platform waarop links een deur, rechts een schoenenrek. Terwijl je hier je veters losmaakt proef je al de zware wierooklucht in de kamer naast je. Je hoort de stilte die er hangt. Schoenloos betreed je een goed verzorgde, spaarzaam verlichte ruimte. Zachte vloerbedekking, gele muren en plafond, links en rechts ramen met lichte gordijnen die het toch al schaars binnenvallende zonlicht nog verder temperen. Je pakt een meditatiekussentje van de stapel tegenover de deur en gaat ergens zitten, eventueel voorafgegaan door drie buigingen voor het grote boeddhabeeld op de getimmerde verhoging vóór het raam aan de straatkant. Dit is het altaar. Behalve het beeld staat er een wierookvat op, enkele vazen met bloemen en nog wat kleinere dingen die hun betekenis niet direct prijsgeven.
Meestal zitten er al wat mensen, in meditatiehouding, zwijgend, de ogen gesloten, het gezicht naar de boeddha. Niemand reageert op je binnenkomst, zoals jij ook niet opkijkt als er na jou weer anderen binnenkomen. Een paar minuten na de officiële aanvangstijd slaat degene die ‘voorzit’ op een gong en begint de meditatie.
Dit ritueel, soms voorafgegaan door een kopje koffie in een café op het Rokin als ik erg vroeg was, heb ik acht jaar lang een of meerdere keren per week doorlopen. Eerst als lichtelijk afwerende, ietwat angstige, maar tegelijkertijd nieuwsgierige en gefascineerde ‘beginner’, later als trouwe bezoeker, lid van de ‘harde kern’ van mediterenden, en nog weer later als ‘voorzitter’, of zoals we dat meestal noemden meditatiebegeleider. Het was een activiteit die structuur, richting en zin aan mijn leven gaf, ongrijpbare, maar o zo onmisbare zaken voor een mens. Bovendien was de meditatie zelf in veel opzichten de perfecte opvolger van datgene wat tot dan toe centraal had gestaan in mijn leven: het schaakspel. Dezelfde betovering, hetzelfde lokkende perspectief van steeds ‘beter’ te worden, steeds verder te komen, steeds meer aanzien te krijgen. En in een verre, schijnbaar onbereikbare verte, lonkend het hoogste ideaal: in het ene geval het wereldkampioenschap en daarmee de volmaakte beheersing van het schaakspel, in het andere geval de verlichting en daarmee de volmaakte levenskunst. Zo was het nog een stap voorwaarts ook, want het idee om na een leven van sportieve ambitie nu op een spiritueel (dus hoger) plan te zijn aanbeland leverde een uiterst aantrekkelijk zelf- en wereldbeeld op. Een prachtige volgende stap op mijn levenspad. Vaarwel damegambiet, welkom vipassana. Zeer, zeer bevredigend.
De Buddhavihara, het huis van de boeddha, bestaat nog steeds, zij het onder een andere naam. In die tijd was het zowel vipassana meditatiecentrum als (voornamelijk door Chinezen bezochte) boeddhistische tempel, twee functies die vaak en soms letterlijk dwars door elkaar heenliepen. Zo kon het voorkomen dat er tijdens een druk bezochte meditatiezitting werd aangebeld door een gezelschap Chinezen die de tempel even een half uurtje nodig hadden om te offeren en de boeddha om raad te vragen. Gek genoeg was dat nooit een probleem. De vipassana kent geen verstoringen en absorbeert eenvoudig elke situatie die zich voordoet. Ook de Chinezen namen er geen aanstoot aan dat er wat vreemde snoeshanen in hun tempel bleven zitten alsof er niets aan de hand was. Het begrip privacy zei hun waarschijnlijk niets.
Zoals ook in het schaken was ik in de vipassana een ijverige en serieuze student. In het begin veroorzaakte vooral de zitmeditatie heel wat pijn, maar omdat je daaraan went en er vanzelf mee leert omgaan kreeg ik al gauw het idee dat ik vorderingen maakte (dat werd me ook verteld) en begon ik me een hele piet te voelen, zeker nadat ik een keer een hele dag met een groep gevorderden had gemediteerd. Na een jaar deed ik dan ook een belangrijke volgende stap in de vorm van een intensieve retraite van zeven dagen. Daar voelde ik me al snel weer helemaal tot nul gereduceerd. Na één dag was ik al niet meer in staat langer dan tien minuten te blijven zitten en ook de loopmeditatie was een hel. De maaltijden en de schaarse rustperiodes ook trouwens. Ik wilde naar huis, maar bleef toch, doordrongen van het besef dat er nog een lange, lange weg vóór me lag. En dat schrok me niet af, integendeel zelfs, het trok me juist aan. De prikkel van de uitdaging en de verleiding van het perspectief hadden me stevig in hun greep.
Zo ontwikkelde zich een mooie rechte lijn. Enkele maanden later deed ik wéér een retraite, daarna nóg een, en nog een en nog een...
Onvermijdelijk onderga je dan allerlei merkwaardige en soms zeer indringende ervaringen, die je vervolgens belangrijk vindt en die weer het idee doen ontstaan dat je vooruitgaat. Een heerlijk gevoel! Na een paar jaar begon ik mee te helpen bij de opvang van nieuwkomers, werd ik zelf meditatiebegeleider, uitlegger, leraar. Een veelbelovende nieuwe carrière kwam op gang.
En op een goede dag, heel plotseling eigenlijk, was het allemaal voorbij. Na acht jaar vol inzet, vertrouwen en enthousiasme te hebben gemediteerd, begeleid en geleraard hield het op. De motor pruttelde even en stond toen stil. Definitief. Ik verliet het huis van de boeddha en zei de meditatiewereld vaarwel.
..."
Het citaat en het boek gaan verder grotendeels over het nieuwe thema waar Paul van der Sterren sindsdien mee bezig is: de Advaita, ook wel genoemd Advaita Vedanta, de Hindoeïstische vorm van nondualiteit. Daar wil ik me niet mee bezig houden, daarom volg ik hem verder niet in dit boek.
De geschiedenis van deze beoefenaar, die als hij door was gegaan ook een van 'de Veertien' door de Thaise monnik Mettavihari benoemde leraren ter opvolging van hem ('de Vijftien' dan dus) was geworden'. Maar echter met de vipassana klaar was. Ik niet of ik nog niet.
Mijn kennismaking met de vipassana vond plaats in hetzelfde gebouw als door Paul beschreven: toen genaamd 'Buddhavihara ', in de Pieterspoortsteeg. (Daarna heette het een tijdje 'SanghaMetta' en nu 'Dhammadipa')
Een kennismaking een paar jaar na dat van Paul, lijkend op zijn kennismaking, en in de vorm van een gesprek met hem.
Naar aanleiding van het verschijnen van dit boek vond er een interview plaats op 13/4/2013 voor de BOS Radio in het programma Hemelsbreed door Jeannette Werkhoven. Luister hier (vanaf 22'35" in het algemeen en 31'33" over de vipassana) naar het programma.
=======================================================================
Nog een andere ervaring.
In 2007 schreef de bekende Amerikaanse leraar en pionier Jack Kornfield een enthousiast artikel over de gang van zaken aan het IMS en in Spirit Rock.
Zie www.thebuddhadharma.com/web-archive/2007/6/1/this-fantastic-unfolding-experiment.html
Ik heb het al eens eerder (begin 2013) geciteerd, toen ik nog enthousiast was over een op te richten ‘ Vipassana Meditatie- en studiecentrum ' (maar niet over de naam).
Een centrum waarin bijvoorbeeld ook Stephen Batchelor welkom is en waar ook samatha-meditatie gegeven wordt.
Hoewel het in Nederland natuurlijk op veel kleinere schaal moet dan in de V.S., is deze beschrijving nog steeds mijn ideaal.
=======================================================================
"De veertien', schreef ik hierboven, vrij achteloos.
Meer daarover op een splinternieuwe website, gevonden via een artikel in *OpenBoeddhisme* , horend tot die onaangename realiteit waar ik mee begon, maar waar ik pas later (in september denk ik), op in ga.
De website van (of voor?) wat genoemd wordt de "Mettavihari Heritage Sangha "
'Van' of 'voor' ?
Op de homepage staat o.a."De site van een groep leraren gekwalificeerd in het onderricht van Vipassana of inzicht meditatie "; ondertitel is: "Mettavihari Heritage Sangha".
Uit het lezen van deze - nog maar voor een klein deel gevulde website - wordt me niet duidelijk wie nu eigenlijk die sangha-leden zijn: de 14 vipassana-leraren of (alle participanten in) alle groepen op de website genoemd? In de menulink 'Organisatie en structuur' wordt onderscheiden:
* Buddhavihara Landsmeer,
* de Stichting Inzichts Meditatie (SIM),
* de stichting SanghaMetta (van Jotika),
* de Groep van Leraren; en
* de Lokale Zitgroepen.
Waarom niet andere vipassanagroepen en andere leraren genoemd? Waarom alleen Buddhavihara in Landsmeer en niet andere in Nederland gevestigde Theravada-Tempels genoemd worden, (of waarom ueberhaupt een tempel en niet alleen vipassana-organisaties) vind ik vreemd; de oorzaak is waarschijnlijk het feit dat Adi Ichsan (een van de 14) daar ook actief is; zie m'n blog van november 2013 .
Het lijkt al met al wel erg weinig op de beschrijving door Jack Kornfield, steeds minder eigenlijk.
De vraag kan nog niet beantwoord worden.
Dat geldt ook de - voor mij - veel belangrijkere tweede vraag: wil ik bij deze sangha horen ?
(In feite geen 'sangha' in de Theravada-betekenis van het woord, maar een conglomeraat van ingewikkeld met elkaar interacterende groepen en personen)
Ik mediteer al jaren in één van de 'Lokale Zitgroepen' (in Amersfoort) bij een van de 'Veertien' (Paul Boersma), dus het zou kunnen.
Maar wil ik het ook? Is die 'sangha' met het centraal stellen van Mettavihari niet teveel naar het verleden gericht? En is (het bestuur van) de SIM het hier mee eens?
Het antwoord daarop geef ik pas als er meer over die onaangename realiteit duidelijk is geworden.
Hopelijk wel dit jaar nog.
Update 21 augustus
* Ik heb inmiddels begrepen dat het bestuur van de SIM zich buigt over bovengenoemde eerste vraag.
* De website vipassana-nederland.nl bevat inmiddels de volgende disclaimer: " Aan deze site wordt gewerkt en is nog niet toegankelijk voor het publiek. Dat er nu al iets zichtbaar is wordt veroorzaakt door mijn onkunde. Uit de nu al zichtbare inhoud kunt u beter nog geen conclusies trekken over het uiteindelijk resultaat. De sitebeheerder "
Wat ik (Joop R) hierover schreef, is dus voorwaardelijk.
Als aanloop een citaat uit het boek 'Verlichting in een lege verpakking '
door Paul van der Sterren. Zie zijn boek op z'n website
Van de website van de uitgever (Samsara) van dit boek neem ik dit citaat van van der Sterren over:
" Het huis van de boeddha
Een stille steeg in het centrum van Amsterdam. Een smalle deur, bekroond met een Aziatisch ogende versiering, die door een onzichtbare hand geopend wordt als je op de bel drukt. Een steile trap, die doorloopt naar de tweede verdieping, met halverwege een klein platform waarop links een deur, rechts een schoenenrek. Terwijl je hier je veters losmaakt proef je al de zware wierooklucht in de kamer naast je. Je hoort de stilte die er hangt. Schoenloos betreed je een goed verzorgde, spaarzaam verlichte ruimte. Zachte vloerbedekking, gele muren en plafond, links en rechts ramen met lichte gordijnen die het toch al schaars binnenvallende zonlicht nog verder temperen. Je pakt een meditatiekussentje van de stapel tegenover de deur en gaat ergens zitten, eventueel voorafgegaan door drie buigingen voor het grote boeddhabeeld op de getimmerde verhoging vóór het raam aan de straatkant. Dit is het altaar. Behalve het beeld staat er een wierookvat op, enkele vazen met bloemen en nog wat kleinere dingen die hun betekenis niet direct prijsgeven.
Meestal zitten er al wat mensen, in meditatiehouding, zwijgend, de ogen gesloten, het gezicht naar de boeddha. Niemand reageert op je binnenkomst, zoals jij ook niet opkijkt als er na jou weer anderen binnenkomen. Een paar minuten na de officiële aanvangstijd slaat degene die ‘voorzit’ op een gong en begint de meditatie.
Dit ritueel, soms voorafgegaan door een kopje koffie in een café op het Rokin als ik erg vroeg was, heb ik acht jaar lang een of meerdere keren per week doorlopen. Eerst als lichtelijk afwerende, ietwat angstige, maar tegelijkertijd nieuwsgierige en gefascineerde ‘beginner’, later als trouwe bezoeker, lid van de ‘harde kern’ van mediterenden, en nog weer later als ‘voorzitter’, of zoals we dat meestal noemden meditatiebegeleider. Het was een activiteit die structuur, richting en zin aan mijn leven gaf, ongrijpbare, maar o zo onmisbare zaken voor een mens. Bovendien was de meditatie zelf in veel opzichten de perfecte opvolger van datgene wat tot dan toe centraal had gestaan in mijn leven: het schaakspel. Dezelfde betovering, hetzelfde lokkende perspectief van steeds ‘beter’ te worden, steeds verder te komen, steeds meer aanzien te krijgen. En in een verre, schijnbaar onbereikbare verte, lonkend het hoogste ideaal: in het ene geval het wereldkampioenschap en daarmee de volmaakte beheersing van het schaakspel, in het andere geval de verlichting en daarmee de volmaakte levenskunst. Zo was het nog een stap voorwaarts ook, want het idee om na een leven van sportieve ambitie nu op een spiritueel (dus hoger) plan te zijn aanbeland leverde een uiterst aantrekkelijk zelf- en wereldbeeld op. Een prachtige volgende stap op mijn levenspad. Vaarwel damegambiet, welkom vipassana. Zeer, zeer bevredigend.
De Buddhavihara, het huis van de boeddha, bestaat nog steeds, zij het onder een andere naam. In die tijd was het zowel vipassana meditatiecentrum als (voornamelijk door Chinezen bezochte) boeddhistische tempel, twee functies die vaak en soms letterlijk dwars door elkaar heenliepen. Zo kon het voorkomen dat er tijdens een druk bezochte meditatiezitting werd aangebeld door een gezelschap Chinezen die de tempel even een half uurtje nodig hadden om te offeren en de boeddha om raad te vragen. Gek genoeg was dat nooit een probleem. De vipassana kent geen verstoringen en absorbeert eenvoudig elke situatie die zich voordoet. Ook de Chinezen namen er geen aanstoot aan dat er wat vreemde snoeshanen in hun tempel bleven zitten alsof er niets aan de hand was. Het begrip privacy zei hun waarschijnlijk niets.
Zoals ook in het schaken was ik in de vipassana een ijverige en serieuze student. In het begin veroorzaakte vooral de zitmeditatie heel wat pijn, maar omdat je daaraan went en er vanzelf mee leert omgaan kreeg ik al gauw het idee dat ik vorderingen maakte (dat werd me ook verteld) en begon ik me een hele piet te voelen, zeker nadat ik een keer een hele dag met een groep gevorderden had gemediteerd. Na een jaar deed ik dan ook een belangrijke volgende stap in de vorm van een intensieve retraite van zeven dagen. Daar voelde ik me al snel weer helemaal tot nul gereduceerd. Na één dag was ik al niet meer in staat langer dan tien minuten te blijven zitten en ook de loopmeditatie was een hel. De maaltijden en de schaarse rustperiodes ook trouwens. Ik wilde naar huis, maar bleef toch, doordrongen van het besef dat er nog een lange, lange weg vóór me lag. En dat schrok me niet af, integendeel zelfs, het trok me juist aan. De prikkel van de uitdaging en de verleiding van het perspectief hadden me stevig in hun greep.
Zo ontwikkelde zich een mooie rechte lijn. Enkele maanden later deed ik wéér een retraite, daarna nóg een, en nog een en nog een...
Onvermijdelijk onderga je dan allerlei merkwaardige en soms zeer indringende ervaringen, die je vervolgens belangrijk vindt en die weer het idee doen ontstaan dat je vooruitgaat. Een heerlijk gevoel! Na een paar jaar begon ik mee te helpen bij de opvang van nieuwkomers, werd ik zelf meditatiebegeleider, uitlegger, leraar. Een veelbelovende nieuwe carrière kwam op gang.
En op een goede dag, heel plotseling eigenlijk, was het allemaal voorbij. Na acht jaar vol inzet, vertrouwen en enthousiasme te hebben gemediteerd, begeleid en geleraard hield het op. De motor pruttelde even en stond toen stil. Definitief. Ik verliet het huis van de boeddha en zei de meditatiewereld vaarwel.
..."
Het citaat en het boek gaan verder grotendeels over het nieuwe thema waar Paul van der Sterren sindsdien mee bezig is: de Advaita, ook wel genoemd Advaita Vedanta, de Hindoeïstische vorm van nondualiteit. Daar wil ik me niet mee bezig houden, daarom volg ik hem verder niet in dit boek.
De geschiedenis van deze beoefenaar, die als hij door was gegaan ook een van 'de Veertien' door de Thaise monnik Mettavihari benoemde leraren ter opvolging van hem ('de Vijftien' dan dus) was geworden'. Maar echter met de vipassana klaar was. Ik niet of ik nog niet.
Mijn kennismaking met de vipassana vond plaats in hetzelfde gebouw als door Paul beschreven: toen genaamd 'Buddhavihara ', in de Pieterspoortsteeg. (Daarna heette het een tijdje 'SanghaMetta' en nu 'Dhammadipa')
Een kennismaking een paar jaar na dat van Paul, lijkend op zijn kennismaking, en in de vorm van een gesprek met hem.
Naar aanleiding van het verschijnen van dit boek vond er een interview plaats op 13/4/2013 voor de BOS Radio in het programma Hemelsbreed door Jeannette Werkhoven. Luister hier (vanaf 22'35" in het algemeen en 31'33" over de vipassana) naar het programma.
=======================================================================
Nog een andere ervaring.
In 2007 schreef de bekende Amerikaanse leraar en pionier Jack Kornfield een enthousiast artikel over de gang van zaken aan het IMS en in Spirit Rock.
Zie www.thebuddhadharma.com/web-archive/2007/6/1/this-fantastic-unfolding-experiment.html
Ik heb het al eens eerder (begin 2013) geciteerd, toen ik nog enthousiast was over een op te richten ‘ Vipassana Meditatie- en studiecentrum ' (maar niet over de naam).
Een centrum waarin bijvoorbeeld ook Stephen Batchelor welkom is en waar ook samatha-meditatie gegeven wordt.
Hoewel het in Nederland natuurlijk op veel kleinere schaal moet dan in de V.S., is deze beschrijving nog steeds mijn ideaal.
=======================================================================
"De veertien', schreef ik hierboven, vrij achteloos.
Meer daarover op een splinternieuwe website, gevonden via een artikel in *OpenBoeddhisme* , horend tot die onaangename realiteit waar ik mee begon, maar waar ik pas later (in september denk ik), op in ga.
De website van (of voor?) wat genoemd wordt de "Mettavihari Heritage Sangha "
'Van' of 'voor' ?
Op de homepage staat o.a."De site van een groep leraren gekwalificeerd in het onderricht van Vipassana of inzicht meditatie "; ondertitel is: "Mettavihari Heritage Sangha".
Uit het lezen van deze - nog maar voor een klein deel gevulde website - wordt me niet duidelijk wie nu eigenlijk die sangha-leden zijn: de 14 vipassana-leraren of (alle participanten in) alle groepen op de website genoemd? In de menulink 'Organisatie en structuur' wordt onderscheiden:
* Buddhavihara Landsmeer,
* de Stichting Inzichts Meditatie (SIM),
* de stichting SanghaMetta (van Jotika),
* de Groep van Leraren; en
* de Lokale Zitgroepen.
Waarom niet andere vipassanagroepen en andere leraren genoemd? Waarom alleen Buddhavihara in Landsmeer en niet andere in Nederland gevestigde Theravada-Tempels genoemd worden, (of waarom ueberhaupt een tempel en niet alleen vipassana-organisaties) vind ik vreemd; de oorzaak is waarschijnlijk het feit dat Adi Ichsan (een van de 14) daar ook actief is; zie m'n blog van november 2013 .
Het lijkt al met al wel erg weinig op de beschrijving door Jack Kornfield, steeds minder eigenlijk.
De vraag kan nog niet beantwoord worden.
Dat geldt ook de - voor mij - veel belangrijkere tweede vraag: wil ik bij deze sangha horen ?
(In feite geen 'sangha' in de Theravada-betekenis van het woord, maar een conglomeraat van ingewikkeld met elkaar interacterende groepen en personen)
Ik mediteer al jaren in één van de 'Lokale Zitgroepen' (in Amersfoort) bij een van de 'Veertien' (Paul Boersma), dus het zou kunnen.
Maar wil ik het ook? Is die 'sangha' met het centraal stellen van Mettavihari niet teveel naar het verleden gericht? En is (het bestuur van) de SIM het hier mee eens?
Het antwoord daarop geef ik pas als er meer over die onaangename realiteit duidelijk is geworden.
Hopelijk wel dit jaar nog.
Update 21 augustus
* Ik heb inmiddels begrepen dat het bestuur van de SIM zich buigt over bovengenoemde eerste vraag.
* De website vipassana-nederland.nl bevat inmiddels de volgende disclaimer: " Aan deze site wordt gewerkt en is nog niet toegankelijk voor het publiek. Dat er nu al iets zichtbaar is wordt veroorzaakt door mijn onkunde. Uit de nu al zichtbare inhoud kunt u beter nog geen conclusies trekken over het uiteindelijk resultaat. De sitebeheerder "
Wat ik (Joop R) hierover schreef, is dus voorwaardelijk.
Labels:
boeddhisme in Nederland,
boeken,
BOS,
ervaring,
meditatie,
Pali-Canon
Abonneren op:
Posts (Atom)
